Achter het behang

Nacht. Ik kan niet slapen en zeg tegen mezelf dat ik niet gelijk naar mijn telefoon of ereader moet grijpen. Luister gewoon eens naar de stilte, draag ik mezelf op. Na zeven en een halve minuut sta ik haastig op. Ik kruip beneden in mijn stoel. Maanlicht strijkt over de vaas met bloemen op mijn salontafel, over de bruine bank en over mijn behang. Ik heb fotobehang, van een bos dat volgens de fabrikant een herfstbos is, hoewel je beuken in de lente ziet. En dan vraag ik me af of mijn behang wel behang is. Ik zie een takje bewegen.

Ik vertel mezelf dat ik moe ben – en dat ik te veel fantasie heb. Maar tussen de hoge bomen, schaduwachtig in de duistere kamer, zie ik de wind dwalen. Dan hoor ik geluiden: een uil die klagelijk roept, geritsel in het struikgewas. Ik sta op. Er is geen flits, geen gevoel van hard materiaal dat even zacht wordt, maar ik sta in het bos, in het donker, in mijn pyjama. Op mijn blote voeten.

‘Oeps,’ zeg ik. Er gebeuren me de laatste tijd rare dingen.

Er staat iemand naast me. Ik zie hem niet, maar ik weet dat hij er is. Aan de linkerkant: de lucht voelt daar kouder en als ik mijn blik niet probeer scherp te stellen zie ik nog net één helder blinkend oog. Er gebeuren me de laatste tijd een boel rare dingen.

‘Waarom moet alles ook altijd normaal zijn?’ denk ik dat een stem vraagt. De stem komt van heel dichtbij, denk ik – misschien van binnen in mijzelf – maar ook van heel ver weg over heuvelen waar ik nog nooit heb gelopen.

Inderdaad: waarom moet alles ook altijd normaal zijn? Ik kijk naar het bos en het is alsof ik naar mezelf kijk. Ik zie duisternis en schaduwen en ik zou bang kunnen worden. Maar waarom? De uil roept weer, alsof hij pijn heeft, maar ik vertel mezelf dat hij geen pijn heeft. Dit is gewoon zijn geluid. Intussen zie ik in het bos zwaarden van maanlicht door de takken steken. Maanlicht is niet meer dan de echo van zonlicht. Het is maar zwak, en toch maakt het het bos mooier dan het in het duister zou zijn. De bomen zijn ranker, de paden nog net zichtbaar en uitnodigend.

De gedaante die ik niet zie loopt naast me en ik loop mee. Er is mos onder mijn voeten, en soms kale aarde, niets dat echt zeer doet. In de verte zie ik een hert wegspringen. Hoe vaak ben ik zelf niet weggesprongen? Opeens wens ik dat ik de uil ben, en dat ik heel hard mag roepen. Het maakt niet meer uit wie me kan horen.

Ik zit op een tak, hoog in een boom, en ik kijk om mijn heen – ik schrik ervan hoe ver ik mijn nek kan draaien, en ik zie zoveel in het duister dat ik er duizelig van word. Honderd meter verderop zie ik de teennagel van een muis bewegen. Mijn klauwen – mijn klauwen?! – klemmen zich even steviger om de tak. Dan spreid ik mijn vleugels. Wow, ja, mijn vleugels! Ik voel geen wind, maar er moet wel wind zijn, want ik zweef weg van de tak, geluidloos over struiken en tussen takken door. En dan laat ik me heel bewust neerstorten, boven op die muis, die een verstikte piep uitstoot.

Hij ontsnapt. Gebrek aan beginnersgeluk. Ik loop weer door het bos op mijn mensenbenen, maar ik heb trek in muizen. Ik zie zo’n schattig diertje voor me, met een zacht vachtje en kraaloogjes, maar ik vind hem niet helemaal niet schattig. Hij lijkt me lekker. Ik proef hem bijna, bloed en vlees en nog ademende longen die door mij doorboord worden.

‘Niet leuk als je je bloeddorstige kant leert kennen, hè?’ vraagt de stem.

‘Kan ik nog een keer een uil worden? Ik wil het opnieuw proberen.’

‘Wel leuk als je je bloeddorstige kant te leren kennen, hè?’ vraagt de stem.

Ik krijs en vlieg weg. Ik strek mijn vleugels zo ver mogelijk uit. Alleen jaag ik niet op muizen. Ik jaag op het schijnsel van de maan, dat donker water zilver kust, en op alle tinten lentegroen van de beuken, die net niet grauw zijn in de verlichte nacht. Ik jaag op het geluid van de nachtegaal, dat zo wondermooi is dat ik het toesta mijn hart te raken. Ik jaag op mezelf.

En dan vlieg ik door de muur en ben ik thuis. Ik ga naar bed en droom verder, niet over muizen en ook niet over maanlicht. Maar ik slaap goed.

 

One thought on “Achter het behang

  1. wat een mooie transformatie Els, ik zat er midden in en ook denk ik bij mijzelf….. zou best bij bij passen.. Je hebt mij vervoerd!!! Knap

Laat een antwoord achter aan nanny lisman van weijen Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *