Alles ligt open: (g)een sprookje

Photo by Timothy Chan on Unsplash

Er was eens een vrouw, of een man, die een woning had in het duister. De zon zag ze niet, en miste ze ook niet. Ze miste eigenlijk niemand. Ze was gewend aan haar eigen gezelschap. Ze wist altijd wat ze ging zeggen, en dat was saai maar ook vertrouwd. Het was zelfs vertrouwd dat ze zichzelf iedere dag hoorde zeggen dat ze wilde dat haar leven anders was, dat ze mensen om zich heen wilde. En eigenlijk waren andere mensen eng. Die deden dingen die ze niet kon voorspellen. Die konden haar pijn doen.

En toen kwam God. Raar, want ze had Hem niet uitgenodigd. Ze zag Hem niet letterlijk, maar er was opeens zo veel licht – het deed pijn aan haar ogen. Door die pijn wist ze waar ze nog meer pijn had. Ze wist hoe eenzaam ze echt was. En God veranderde dat! Ze ging samen met Hem haar donkere thuis uit. God liet het haar zien hoe prachtig Hij zijn wereld gemaakt had.

Tijdens een van hun wandelingen kwamen ze bij een kerk. O, ze was niet de enige die met Hem wandelde! Ze ging naar binnen en hoorde een lied: ‘Hoe lieflijk is uw woning, HEER van de hemelse machten. Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de HEER.’ Het ging verder over dat zelfs de mus een huis vindt en de zwaluw haar jongen neerlegt bij de altaren van de HEER van de hemelse machten. Het lied heette Psalm 84.

De vrouw, of man, vond een nieuw huis in de kerk. Het was een fijn huis. Altijd was er wel iemand die over God praatte, en soms kwamen er nieuwe mensen die hadden gehoord over de Heer van de hemelse machten. De vrouw, of man, vond haar leven met God normaler worden.

Soms gingen zij en God weer een stukje wandelen. De vrouw, of man, genoot van het licht om God heen. Af en toe stelde God voor dat ze verder liepen. Maar daar had ze niet zo’n zin in. Als ze echt ver liepen vond ze haar huis misschien niet meer terug. Ze neuriede: ‘Gelukkig wie wonen in uw huis, gedurig mogen zij U loven. Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken, met in hun hart de wegen naar U.’

God vroeg: ‘Wegen?’ Verder zei Hij niet zo veel. De vrouw wist het wel: er zijn zo veel wegen waar zij nog niet gelopen had. Het zou een leuk avontuur kunnen zijn. Maar ook eng. God zei nog steeds niet veel. Maar ze wist: Hij zou meegaan, Hij zou de weg minder eng maken. En wie weet wat ze tegen zouden komen. De weg lag open. Ze hoefde hem niet in te slaan, maar het kón. Nieuwe avonturen met God – het klonk eigenlijk best aantrekkelijk.

Ze dacht weer aan Psalm 84. Soms twijfelde ze of de vertalers vers zeven wel goed hadden begrepen: ‘Trekken zij door een dal van dorheid, door hen verandert het in een oase; rijke zegen daalt als regen neer.’ Door hen? Nee, door Gód toch zeker? Of misschien hadden de vertalers toch gelijk. Misschien maakte God hen sterk, veel sterker dan ze hadden gedacht. Misschien kon de vrouw, of man, meer dan ze had geloofd, als ze maar durfde te wandelen, met God.

Ze deed een paar stappen, holde toen terug en bleef een paar dagen thuis. Ze deed de gordijnen dicht, zodat haar huis weer net zo donker leek als toen ze God nog niet kende. Dat voelde best fijn. Maar niet lang. Ze was gewend geraakt aan het licht. Ze las weer een stukje van die ene Psalm: ‘Steeds krachtiger gaan zij voort om in Sion voor God te verschijnen.’ Wow, zou ze Hem echt zien? Ze bad: ‘HEER, God van de hemelse machten, hoor mijn gebed, luister naar mij, God van Jakob. God, ons schild, zie naar ons om, sla goedgunstig het oog op uw gezalfde.’ Ze kon niet anders: ze moest weer naar buiten. Ze moest lopen!

Ze wist dat het niet echt “moest” – dat God het niet eiste. Hij nodigde haar uit. En ze begon ernaar te verlangen. Want: ‘Beter één dag in uw voorhoven dan duizend dagen daarbuiten, liever op de drempel van Gods huis dan wonen in de tenten der goddelozen. Want God, de HEER, is een zon en een schild. Genade en glorie schenkt de HEER, zijn weldaden weigert Hij niet aan wie oprecht hun weg gaan. HEER van de hemelse machten, gelukkig de mens die op U vertrouwt.’

(Bijbelcitaten: © NBV21)

One thought on “Alles ligt open: (g)een sprookje

  1. ” …en ze (of hij) leefde nog eeuwig en gelukkig.”❤

    Prachtig Els.
    Jouw of mijn zin zou het eind kunnen zijn, maar dat verlangen maakt me nieuwsgierig naar het vervolg. Bleef het bij verlangen, wat gebeurde er en wat deed het met haar toen ze weer ging lopen? !

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.