Hoofdstuk Drieëndertig (slot) – Het duister in

THN6VCGM6X

Na een doorwaakte nacht stond ik de volgende morgen vroeg op. Ik liep vanuit het pension naar Lake Windermere. Miljoenen mensen kwamen hier langs op vakantie en vonden het prachtig. Ik keek naar de beboste heuvels aan de overkant van het water dat zo glad was als een ondiep modderpoeltje en bedacht me dat het Lake District een clichévakantiebestemming was, de keuze van iemand die iets in de natuur zocht maar niets origineels kon bedenken. Haastig drukte ik de gedachte weg: ik wilde Thomas straks niet lastigvallen met onvrede. Ik keek opnieuw naar de heuvels en voelde iets van enthousiasme: het zou leuk zijn om daar met Thomas te wandelen. Toen dacht ik aan Brigitte en aan Eve. Ik draaide me weg van alle schoonheid die ik zag en liep terug naar het pension. Continue reading »

Hoofdstuk Eenendertig – De oorsprong van het licht

3NJJ3EY8MM

Nadat ze in het ziekenhuis de wond opnieuw gesloten hadden, bracht Thomas me naar St John’s Wood. Hij reed zelf; ik weet niet waar de chauffeur was gebleven. Toen hij stilhield bij de villa van Martin en Cassandra, zei hij dat ik de rust die de artsen me voorgeschreven hadden ook echt moest nemen. ‘Ik wil niet één werkmail van je zien. Rust, Caroline. Heb je dat heel goed begrepen?’ Na die strenge woorden legde hij een hand op mijn been. ‘Gaat het? Moet ik je helpen uitstappen?’ Continue reading »

Hoofdstuk Dertig – Crisiscommunicatie

92YFDPNMG9

Nou, ik was natuurlijk niet dood; dat wordt wat lastig bij een verhaal in de ik-vorm. Ik kwam bij zinnen op de Eerste Hulp van een ziekenhuis. Thomas en Martin waren bij me. Martin dacht hardop na over de vraag wat de pers met het verhaal zou doen. ‘Wat er gebeurd is, is in één alinea te beschrijven, maar wat voor etiket gaan ze Caroline opplakken? Gevierd schrijfster? Hoofd Communicatie bij Garland Oil? De verloofde van een man die uit de dood is herrezen? Ik heb bijna medelijden met de arme bloedzuigers: het is lastig om korte, ongenuanceerde artikeltjes over een spannende aanslag te schrijven als je eerst drie alinea’s nodig hebt om uit te leggen wie het slachtoffer is. Ik hoop dat ze het je niet al te kwalijk zullen nemen, Caroline. Bij mij kun je in ieder geval geen kwaad meer doen: ik zie bijna uit naar de artikelen, hoe vervelend persaandacht verder ook is.’ Continue reading »

Hoofdstuk Negenentwintig – Leugens, Nederlandse en Italiaanse

EOYUQNT97A

De rest van de week werkte ik, harder dan ooit tevoren. Ik vond mijn baan nog steeds leuk; ik kreeg energie van de kennis die ik vergaarde en van de plannen die ik samen met de afdeling opzette. We maakten al een begin met de uitvoering en dat liet nog meer adrenaline door mijn bloed stromen. Thomas begon intussen meer op zichzelf te lijken. Als ik hem op de twintigste verdieping tegenkwam, was hij vriendelijk maar zei hij niet veel. Continue reading »

Hoofdstuk Achtentwintig – Controle

Processed with VSCOcam with m5 preset

Op maandagmorgen om half zes at ik in de serre van de familie Saunders mijn yoghurt en wachtte ik tot het licht werd. Het verhaal dat Thomas verteld had, zat nog steeds in mijn hoofd. Terwijl ik naar de donkere tuin keek, dacht ik aan het bos waar Thomas gewoond had en waar hij God ontmoet had op een manier die ik mij niet kon voorstellen. Ik hoorde weer het ontzag in zijn stem. Ik vroeg me af of ik ooit op een dergelijke manier over de Heer had gesproken. Ik vroeg me af of ik als alles duister was op Hem zou durven blijven vertrouwen. Continue reading »

Hoofdstuk Zevenentwintig – Ontzagwekkend

 

92YFDPNMG9

Op woensdag 13 augustus, de dag na zijn terugkomst in Londen, ging Thomas aan het werk. Martin had voorspeld dat hij vroeg naar kantoor zou komen, om een confrontatie met een welkomstcomité van personeel te voorkomen. Hij kreeg gelijk: Thomas stapte rond een uur of zeven de zijingang in. Hij pakte de lift en was misschien verbaasd (weer speculatie van Martin) dat de code die hij vroeger gebruikt had om op de twintigste verdieping te kunnen uitstappen nog werkte. Ik had geen input van Martin nodig om te weten dat hij verbaasd was toen hij zag wie er op hem stonden te wachten in de directievleugel. Langdurig nam hij Martin en mij op. Continue reading »

Hoofdstuk Vijfentwintig – Een ondenkbaar concept

023E7D7F75

De volgende morgen besloot ik eens een keer niet te ontbijten met yoghurt en muesli. De keuken rook naar versgebakken brood en toen ik croissants op tafel zag staan, wist ik dat mijn keuze gemaakt was. Terwijl ik een croissant met jam besmeerde, schoof Michael bij me aan tafel. Hij kwam heel dicht naast me zitten. ‘Ik mag zo mee naar de journalisten, hè? Dat vind jij vast wel goed.’ Continue reading »

Hoofdstuk Vierentwintig – Je bent van mij

D0I7PPUU01

Ruim anderhalve dag reisde ik naar Thomas toe. In het vliegtuig keek ik constant naar hem. Op mijn tablet zag ik een man die bijna mager was, gespierd, waakzaam, en tegelijk verontrustend kalm. Zijn ogen waren het meest veranderd: hij leek de blik van een zeevaarder te hebben, die in de verte dingen waarnam die voor anderen onzichtbaar bleven. Continue reading »