De kou is uit de lucht

De kou is uit de lucht. Als ik uit het werk kom, zet ik het klapraam open. Het is tijd voor wat frisheid in huis. Maar ik maak een vreselijke vergissing.

Er klinkt een geluid alsof dertig giganten tegelijk bulderen van het lachen. Dan klinkt er een geluid alsof zeventig slangen tegelijk sissend door het open raam sluipen. En dan… komen alle bladeren van al mijn planten tegelijk in beweging: ze ritselen en giebelen en stellen zich aan. De vuile vaat rinkelt in de gootsteen. De wind roetsjt overal waar de wind maar kan roetsjen.

‘Genoeg!’ schreeuw ik.

‘BOEM paukenslag,’ schreeuwt de wind terug. ‘Dat is een gedicht.’

‘Dat weet ik!’

‘Het is de hoogste tijd voor wat gepaukenslag,’ roept de wind. ‘Boem, boem, boem!’

‘Oké…’ Ik laat mezelf klinken als een tiener die met haar stem kan laten merken dat ze dingen helemaal niet oké vindt. ‘“Gepaukenslag” is volgens mij geen woord. En moet dat nu?’

De wind geeft geen antwoord, of niet in woorden. De wind grijpt mij vast bij lurven en kladden en andere vage lichaamsdelen. ‘We gaan waaien,’ juicht de wind.

‘Niet binnen!’ gil ik. ‘Dan klap ik tegen de muur, en ik heb geen zin om bloedvlekken te moeten wegpoetsen. Zeker niet mijn eigen bloedvlekken.’

De wind laat me vallen – op mijn niet-vage gat. ‘Van je bloedeigen muur’, grinnikt de wind, die altijd maar weer denkt gevoel voor humor te hebben. ‘Tot vannacht!’ grinnikt de wind. En dan is de wind verdwenen.

Ik doe het raam dicht, kook mijn eten en eet het op. Dan bekijk ik zeer kritisch alle ramen. En alle deuren. Ik zie geen kieren. Ik overweeg niettemin met kit aan de slag te gaan, maar dat vindt de woningstichting vast niet leuk. Met redelijk vertrouwen ga ik naar bed. Die [niet-aardig bijvoeglijk naamwoord; bedenk zelf maar iets…] wind zoekt het maar uit. Buiten. Zonder mij.

Voordat ik zelfs maar in bed kan gaan liggen, grijpt de wind mij bij mijn nachtjapon en sleurt me mee. ‘Je bent het luchtgat van de badkamer vergeten,’ jubelt de wind. ‘Misschien maar goed dat je afgevallen bent.’ Er is een verwarrend moment waarin ik me samengeperst voel alsof ik opnieuw geboren moet worden en dan…

… Racen wij door een diepduistere nacht, door wolken waar orkanen in kunnen ontstaan, en door een heldere nacht waarin de maan als een parel is en de sterren diamanten zijn. Wij rusten uit op kingsize wolken en racen achter vleermuizen aan.

‘Slapen is voor losers,’ stelt de wind vast, als ik – nogal moe – ronddobber in de Stille Oceaan. Het is daar al dag; ik knijp mijn ogen een beetje toe tegen de felle zon.

‘Waarom heb je mijn badpak niet meegenomen?’ vraag ik.

‘Je hebt geen badpak,’ zegt de wind.

‘Oh ja,’ zeg ik.

‘Je bent de laatste tijd saai geworden,’ zegt de wind. ‘Je schrijft over wandelingen waarbij je echt lóópt. Dat is toch stom?’

‘Niet per se,’ mompel ik.

‘Wanneer ga je je fantasie weer gebruiken?’

Ik heb op het werk een artikel geschreven waarin iemand zegt dat jongeren boos worden als ze nadenken over dingen waarvan ze weten dat zij ze verkeerd doen. Ik ben geen jongere, maar ik schreeuw naar de wind: ‘Lekker makkelijk voor jou. Jij kunt binnenkomen zonder dat ik jou zie en jij kan mij tegen mijn zin vastpakken, maar ik kan jou niet vastpakken en dan zeggen dat jij je mond moet houden.’

‘Je kunt gewoon zeggen dat ik mijn mond moet houden,’ zegt de wind.

Ik kijk weer naar de helderblauwe lucht. ‘Oh ja,’ zeg ik. Maar ik heb niet zo veel zin om dat tegen de wind te zeggen. Misschien is het wel goed als iemand je af en toe vraagt om niet te normaal te doen. Zeker als die iemand je daarna meesleept naar een tropische zee.

‘Kun je ook een eiland met palmbomen regelen?’ vraag ik. ‘En bounties? Niet te veel, want dan pas ik straks niet meer terug mijn huis in. Een drankje misschien, met zo’n rietje en een parasolletje?’

De wind zucht, zoals alleen de wind dat kan. ‘Gebruik je fantasie, Els.’

Ik heb die nacht mooie dromen en sta uitgerust op.

 

2 thoughts on “De kou is uit de lucht

  1. Wat een aparte droom. Ik heb met verwondering het verhaal gelezen en ik zou dat ook best is willen meemaken. Wil ook goede maatjes worden met de wind, dan maak je nog is wat mee en je ziet nog wat ook.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *