Eén keer klagen

Ik had deze column willen noemen: “Verkoudheid is erger dan kanker”. Maar daar had ik vast mensen mee tegen de haren ingestreken. Ik zal proberen niet te mompelen dat tegen de haren instrijken bij mij momenteel technisch onmogelijk is.

Ik probeer positief te blijven (hoera, de chemo’s zijn voorbij!) maar voordat het nieuwe jaar begint zou ik één keer ongegeneerd willen klagen over hoe zwaar de afgelopen maanden waren. Met kanker stap je een wereld in die je niet kende.

Zo heb ik een haat-liefderelatie gekregen met mijn voeten. Sinds de chemo zijn mijn tenen constant opgezwollen. Mijn nagels zijn blauw, ik heb de raarste wondjes en lopen is nooit helemaal aangenaam. Daar komt bij dat chemo zorgt voor neuropathie: een doof gevoel in je tenen en vingers. Ik voel me steeds alsof ik op wolken loop, maar het zijn geen roze. Uiteindelijk werd de neuropathie in mijn vingers ook erger. Ik heb weinig gevoel in mijn vingertoppen, alsof het constant koud is.

De afgelopen maanden heb ik heimwee gekregen naar het kammen van mijn haar. En werd ik moe van mensen die zeiden: “Ach, dat groeit wel weer aan.” Het is moeilijk te beschrijven wat alle uiterlijke veranderingen met me doen. Chemo zorgt voor pigmentvorming. Vlak onder mijn hals heb ik vlekken alsof daar een vogel tegenaan is gevlogen, zijn vleugels wijd gespreid. Ik zet me al schrap voor als de winter voorbij is en die plek zichtbaarder wordt.

En dan de vage klachten. De vermoeidheid die nooit ver weg is, de botten die doen alsof ze tachtig zijn, de rugpijn die als een sluipmoordenaar mijn ruggengraat belaagt, op de meest onverwachte momenten. De duizeligheid, waardoor ik nauwelijks meer durf om te kijken, laat staan om te bukken. Nou ja, misschien is omkijken sowieso niet handig als je kanker hebt, want dan zie je hoe anders dingen voorheen waren.

Het was allemaal vol te houden, tot ik verkouden werd. Zo verkouden dat ik weer wist dat het een serieuze klacht kan zijn, niet het vage wissewasje waar we het vaak over hebben. En dat gebeurde aan het einde van mijn laatste chemokuur. Redelijk stoïcijns ben ik die kuren doorgekomen, maar toen ik verkouden werd kon ik wel janken. Nee, ik JANKTE, opnieuw en opnieuw. Het voelde alsof ik maanden in een stad had gewoond waar een leger om de stadswal heen lag en de vijand nu luchtsteun kreeg.

De verkoudheid liet me zien hoe zwak mijn lichaam is geworden, hoe weinig ik nog verdraag, hoe snel de energie op is. Ik raakte door de verkoudheid mijn stem kwijt, en dat vond ik wel symbolisch: ik had niks meer te zeggen, ik was uitgepraat en op. De avond voor kerst was ik zo moe dat ik bang was dat ik mijn afspraken voor de dagen die eraan kwamen moest afzeggen.

Gelukkig liet een bevriende arts me perspectief zien. Mijn chemo heeft de naam R-CHOP, maar hij zei dat er onder artsen een cynisch grapje is dat ze het beter “chop” hadden kunnen noemen: omhakken. Aan het eind van de laatste chemo is de lichaamsboom bijna omgehakt. Dat moest ik opnieuw tot me laten doordringen.

Door deze kennis nam ik mijn lichaam weer serieuzer. Ik vroeg of ik voor een afspraak even bij iemand een dutje kon doen en dat maakte een enorm verschil. Het klinkt simpel, maar ik moet mezelf er iedere keer weer aan herinneren dat ik minder kan. Kerst was heerlijk met deze ingebouwde rust, met vier bezoeken aan heel verschillende vrienden, allemaal op hun eigen manier waardevol.

Toen ik van de laatste afspraak op Tweede Kerstdag naar huis werd teruggebracht (mijn minder wijze ik was van plan geweest te gaan lopen), zat ik voor de deur in de auto nog even met een goede vriendin te praten over hoe het er in onze levens voorstaat. Ik had het over sommige van mijn frustraties en mijn vriendin zei iets heel wijs: dat ik door alles wat er de afgelopen maanden is gebeurd scherper ben gaan zien wie ik ben, wat ik doe en wat ik niet meer wil zijn en doen.

Ze had gelijk. Ik moet niet alleen mijn lichaam serieuzer nemen, maar mijn ziel. Een goed voornemen voor het nieuwe jaar.

4 thoughts on “Eén keer klagen

  1. Hoi lieve Els, wat een afbraak van je lichaamsfuncties en frustraties die je op je af komen. Misschien heb ik een paar tips voor je.
    Voor je verkoudheid kan je slijmoplossers gebruiken, die haal ik bij de Lidl. (Het heeft ons deze maand goed geholpen). Voor je voeten (en handen) kan je -als je puf hebt – wisselbaden nemen. Dat is een warme bak water en een koude bak water. (PS: Vicks helpt ook, op je voeten smeren, handen niet ivm aanraken van je gezicht enzo) En lekkere warme dikke sokken. Voor de wondjes is speciale zalf voor. De naam weet ik nu even niet meer.
    Lieve Els, hopelijk vanaf nu weer herstel van alles wat kapot gemaakt is.
    Heel veel sterkte, Jantien

  2. Ha Els, zo herkenbaar wat je schrijft. Zo moeilijk toe te geven dat je niet de zo sterke, alles kunnende, altijd optimistische ik bent. Accepteren dat je je leven op dit moment anders moet indelen. Lessen die ik leerde in het revalidatiecentrum na mijn behandelingen. Je dag, activiteiten leren plannen. Niet te veel op een dag. De ene dag rusten als je de volgende dag iets actiefs hebt etc. En vooral: hoe cliché ook luisteren naar je lichaam en doen wat het vraagt en lak hebben aan wat anderen daar van vinden haha. Jij kan dat Els, dat weet ik zeker. Knuffel, edith

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.