Een stukje klimmen

Lang – heel lang – weekend. Ik wil schrijven aan mijn nieuwe boek, maar ik ben mijn personages na iets meer dan honderd pagina’s zat. In plaats daarvan lees ik Kafka on the Shore van Haruki Murakami. Zeshonderd pagina’s, tweede keer dat ik het lees, maar dat boek ben ik niet zat. Ik heb ook buikpijn. Erge buikpijn. En ik heb medelijden met mezelf. Te veel medelijden.

Ik lig op de bank. Ik kan nog net door het keukenraam af en toe een mast van een schip voorbij zien schrijden. Door het raam van de woonkamer kijk ik naar de hoge blauwe lucht. Ik zucht.

‘Ik zucht ook wel eens,’ zegt de wind, terwijl de wind mij aan mijn enkel naar buiten sleept. ‘Wel eens.’

‘Een stukje hoger!’ schreeuw ik, terwijl ik bijna met mijn wang over het asfalt schraap. Ik hijg mijn schrik nog steeds weg als ik een paar minuten later bovenop het flatgebouw sta waar heel veel van mijn overburen wonen. ‘Ik wou dat je gewoon eens gelijk in de gaten hield of ik niet ieder moment te pletter kan slaan,’ mopper ik tegen de wind.

De wind waait om me heen en geeft me dan een achteloos duwtje, zodat ik van het flatgebouw tuimel. Terwijl ik gil, blaast de wind me opzij. ‘Ik heb je best wel in de gaten,’ zegt de wind. ‘Best wel.’

Ik grom en zeg niets.

‘Moest je dit weekend niet oefenen voor je vakantie?’ vraagt de wind achteloos.

Ik grom en zegt nog steeds niets.

‘Je nieuwe schoenen inlopen?’ De wind wacht niet op antwoord. De wind blaast me de rivier over. Boven Papendrecht zijn hogere wolken: ze lijken op gebergtes in wilde landen. ‘We gaan een stukje klimmen,’ zegt de wind tevreden. ‘Een stukje klimmen!’

‘Klimmen? Ik ga naar de Harz; niet naar de Himalaya. En je kunt niet klimmen in –’ Ik kan mijn zin niet afmaken. De wind heeft me in een wolk gegooid en ik kuch witte krullucht uit.

Ik ga overeind zitten. Voorzichtig betast ik de wolk. Oké, weer een mythe doorgeprikt: je kunt dus wel gewoon in een wolk zitten. Ik kijk omhoog, waar de wolk steeds hoger reikt en eindigt in zwarte schaduwen met een glanzend gouden randje waar de zon hem nog net aanraakt. Je kunt hier aardig klimmen, vermoed ik – vrees ik.

‘Wat een wolk, hè?’ roept de wind. ‘Die heb ik helemaal zelf speciaal uniek gemaakt. Geweldig hè? Geweldig!’

‘Ja,’ zucht ik.

‘Nou?’ roept de wind. ‘Klim dan! Klim!’

‘Maar…’ Ik ga staan en wankel onmiddellijk: wolken zijn niet heel stevig en lijken het niet leuk te vinden dat er iemand op ze staat: de wolk geeft me een por en ik val weer om. Ik voel me nog vermoeider dan ik toch al was. ‘Die wolk is hoog,’ mompel ik, met mijn mond in de wolk. ‘Heel hoog.’

‘Oefenen,’ jubelt de wind. ‘Oefenen voor je vakantie!’

‘Ja,’ zeg ik.  Ik sta weer op en doe vijf passen. Dan ga ik weer zitten. ‘Ik ga echt niet Mount Everest beklimmen. Dan hoef ik ook niet Wolk Papendrecht te bestijgen.’

De wind komt even naast me zitten. De wind lijkt heel rustig, maar het valt me heus wel op dat de wind uitsloverig Wolk Papendrecht glad blaast, als een uiterst Hollandse wei voor uiterst Hollandse luie koeien. ‘Wat is nou echt aan de hand?’ vraagt de wind.

Ik leun een beetje tegen de wind aan. Als je dat doet krijg je het koud en warm tegelijk. De wind koelt je vingers te veel af maar strijkt tegen je wang alsof de wind je heel lief vindt. ‘Heb jij dat ook wel eens?’ vraag ik. ‘Dat je denkt dat je helemaal niets kan, en dat je helemaal alleen bent, en dat je liefde wilt geven, maar eigenlijk ook liever niet? En dat je jezelf ook nog heel erg lelijk vindt?’

‘Nee,’ zegt de wind. ‘Nee, dat heb ik nooit.’

‘Oh,’ zeg ik. En dan zeg ik niets meer. Ik zit op de weidewolk met de wind en ik kijk uit over Dordrecht in het laatste licht van de avond, en ik voel me niet meer echt alleen.

3 thoughts on “Een stukje klimmen

  1. Wat een geweldige personage die wind. Je voel je in en met de wind heel anders en je hoeft niet met alle winden mee te waaien. Jammer van je buikpijn. Mooi verhaal Els. Heb genoten er van

  2. Net weer wat van je verhalen gelezen. Prachtig hoe jij gevoel, onzekerheden, wervelingen en gedachtenkronkels onder woorden kan brengen…….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *