Hoofdstuk Achtentwintig – Controle

Processed with VSCOcam with m5 preset

Op maandagmorgen om half zes at ik in de serre van de familie Saunders mijn yoghurt en wachtte ik tot het licht werd. Het verhaal dat Thomas verteld had, zat nog steeds in mijn hoofd. Terwijl ik naar de donkere tuin keek, dacht ik aan het bos waar Thomas gewoond had en waar hij God ontmoet had op een manier die ik mij niet kon voorstellen. Ik hoorde weer het ontzag in zijn stem. Ik vroeg me af of ik ooit op een dergelijke manier over de Heer had gesproken. Ik vroeg me af of ik als alles duister was op Hem zou durven blijven vertrouwen.

Eigenlijk vroeg ik me af of ik nog wel enig idee had wie en wat God was. Thomas had gezegd dat hij moeite had met mensen die dachten dat ze de Heer konden begrijpen, maar ik begreep helemaal niets meer van God. De afgelopen jaren was Hij een liefdevolle aanwezigheid geweest, maar nu werd Hij alsmaar machtiger en complexer. Soms voelde ik me alsof ik in de diepzee zwom. Alles om me heen was eindeloos en donker. God was onbevattelijk aan het worden.

Cassandra onderbrak mijn gedachten. Met haar dochter in haar armen liep ze de kamer in. Allison had betraande wangen, maar leek inmiddels weer half in slaap gevallen te zijn. Cassandra hevelde haar naar mij over en keek toen in mijn kopje. ‘De slappe thee van de Nederlanders,’ rilde ze. ‘Houd jij Allison even in de gaten terwijl ik mijn eigen thee zet?’

Ik voelde me rustig worden met het warme lijfje van de peuter tegen me aan. Ik streelde haar blonde krullen en drukte een kus op haar voorhoofd. Allison wreef haar gezichtje tegen mijn borst. Ik wilde huilen en wist niet eens waarom.

Intussen kwam Cassandra terug. ‘Klaar voor de nieuwe werkweek?’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Ik hoop dat mijn medewerkers vandaag met goede ideeën komen voor ons nieuwe communicatiebeleid. Tegelijkertijd hoop ik dat ze dat niet doen. Ik ben in de stemming om vervelend te zijn.’

Cassandra leek te vechten met een lach. ‘Klinkt spannend.’

‘En vanmiddag heb ik een directieoverleg met Thomas en Martin. Ik hoop dat Thomas er niet weer over begint dat ik zo weinig ervaring heb.’

Cassandra kwam naast me zitten. ‘Thomas komt vanavond eten.’

‘Is het de bedoeling dat ik er ook bij ben?’

Nu deed Cassandra geen moeite meer om haar lach in te houden. ‘Ja. En kijk niet alsof je ieder moment naar de slachtbank geleid kan worden. Je moet het niet opgeven.’

‘Soms denk ik dat er te veel gebeurd is met Thomas.’

‘En ook met jou?’

‘Met mij? Wat heb ik meegemaakt? Het was zwaar na de dood van Thomas, maar de laatste tijd had ik mijn leven weer op de rit. Ik wist waar ik aan toe was.’

‘Juist.’

Ik keek naar Cassandra, maar ze gaf geen uitleg. ‘Juist?’

‘Je had controle over wat je leven geworden was. Die ben je kwijt. Er zijn geen zekerheden meer. Durf je het duister in te stappen, je over te geven aan God en aan zijn plannen voor jouw leven? Durf je je ook aan Thomas over te geven? Ik sta achter je keuze om niet samen te wonen, en ik snap je twijfels, maar…’

‘Maar?’

‘Maar misschien vind je het ook eng om de controle los te laten.’

‘Controle? Ik héb helemaal geen controle! Ik voel me alsof heel mijn leven…’ Ik realiseerde me dat ik te hard praatte, maar het was al te laat: Allison begon te huilen. Cassandra pakte haar van mij over. ‘Sorry,’ mompelde ik. ‘Sorry.’

‘Ik ga haar een schone luier geven. Jij hoeft trouwens niet te verwachten dat Martin net zo vroeg gaat werken als vorige week. Dat was een unicum waar hij alleen tot toe in staat was omdat Thomas het nodig had. Als je snel naar de zaak wilt, zul je zelf voor vervoer moeten zorgen.’

Onderweg naar mijn kamer overwoog ik om dat inderdaad te doen, maar toen ik op mijn bed plofte voelde ik me al moe; ik besloot vanuit huis te werken totdat ik kans had op een lift. Terwijl ik mijn laptop opstartte overdacht ik Cassandra’s woorden. Het was frappant dat zij het ook had over het duister. Ik vroeg me af of Thomas met haar gepraat had, maar ik was bang van niet. Toen keek ik op mijn telefoon. Ik had weer een bericht van Brigitte:

‘Je bent hem nu al kwijt, hè? Ik had niet anders verwacht. Je bent een waardeloze trut. Blijf jij maar lekker bidden tot een God die niet bestaat.’

Ik weigerde te huilen. ‘Lieve Brigitte,’ typte ik terug, ‘wat is er met je aan de hand? Je maakt me bezorgd. Ik hoop dat je het goed hebt bij Guy. Waar wonen jullie? Ik zou graag langskomen.’

Ik wachtte een tijdje of er respons kwam, maar het bleef stil. Ik vroeg me af hoe Brigitte wist wat er in mijn leven gebeurde, en hoe ze destijds had ontdekt wat Kim had meegemaakt. De mogelijke antwoorden waren beangstigend. Ik probeerde me op mijn werk te richten.

 

De bijeenkomst met mijn medewerkers leek lange tijd vlekkeloos te verlopen. Ik vond de ideeën die geopperd werden niet bijster origineel, maar als ik ze combineerde was er vast iets moois van te maken. Ik had besloten minder afstandelijk te zijn en complimenteerde iedereen met hun werk. De sfeer raakte ontspannen en de voorstellen hoe we het nieuwe beleid konden invoeren werden enthousiaster. Zelf werd ik ook enthousiaster. Misschien had ik in het verleden Thomas’ suggestie om bij Garland Oil aan de slag te gaan serieuzer moeten nemen. Het plannen maken gaf me nieuwe energie. Bijna was ik met een glimlach uit de vergadering vertrokken. Ik werd echter staande gehouden door Sally Ward, een vrouw met het postuur van een paspop die de functie van Shaun Frederick had waargenomen na diens vertrek.

‘Ik zag je vanmorgen samen met Martin Saunders arriveren. Beetje verwarrend. Met wie heb je nu precies een relatie?’

‘Wat gaat jou dat aan?’

Haar glimlach smeulde om haar lippen. ‘Als jij geen relatie hebt met Thomas, heb ik weer uitzicht op de baan die ik hebben wil. Dus hoe zit het?’

Ik liep door.

 

’s Middags vergaderde ik met Martin en Thomas. We zaten in het kantoor van Thomas en ik wist weer hoezeer ik mij daar thuis voelde. Voor het eerst realiseerde ik me dat toen ik het penthouse opnieuw inrichtte, ik allerlei elementen uit het kantoor gebruikt had, zoals de rode accenten en het hout. Eigenlijk waren alleen de planten redelijk origineel geweest.

Martin ging aan het hoofd van de vergadertafel zitten en Thomas nam tegenover mij plaats. Ze bespraken lopende zaken die ik in het belang van Garland Oil voor het grootste gedeelte niet kan benoemen (sorry als ik nu als een advocaat begin te klinken). Ik probeerde me te concentreren op wat er werd gezegd, maar keek voornamelijk naar Thomas. Hij keek naar zijn tablet en zag er weer moe uit. Ik bedacht me hoe onwerkelijk het voor hem moest zijn om zich te richten op het runnen van een multinational terwijl hij iets meer dan een maand geleden nog gevangenzat in een bos. Toen bedacht ik me hoe onwerkelijk het was dat ik iets meer dan een maand geleden dolgelukkig met hem was geweest en nu tegenover hem zat zonder dat hij me een blik waardig gunde.

De mannen hadden het intussen over de exploitatie van oliebronnen in een Afrikaans land. Martin legde uit hoeveel weerstand er bij de lokale bevolking was tegen de komst van westerlingen en mannen die wel uit hun eigen land kwamen, maar niet uit hun regio. ‘Voor hen lijkt het of wij hun hele wereld overhoophalen. We moeten uitkijken dat we geen Nigeriaanse toestanden creëren.’

Thomas knikte. ‘We moeten vanaf het begin lokale bewoners bij het project betrekken. Het is jammer dat ze niet de knowhow hebben om bij ons te werken, maar we –’

‘We moeten de indruk wekken dat hun belangen er voor ons echt toe doen,’ zei ik.

Martin keek me aan alsof hij iets vies gegeten had en verdiepte zich toen in zijn papieren. Thomas negeerde me eindelijk niet meer, maar zijn gezicht was weer koel. ‘Nee, Caroline, we moeten niet die indruk wekken. Wij moeten echt hun belangen respecteren en waar mogelijk bevorderen. Dat zal de veiligheid van onze eigen mensen ten goede komen, het arbeidsproces versoepelen en ertoe leiden dat de komst van een industrie die potentieel een gebied kan ontwrichten ook positieve effecten heeft.’

‘Je klinkt alsof je al helemaal weet welke kant je uit wilt met Garland Oil,’ zei ik monter. ‘Heel fijn. En sorry dat ik me wat ongelukkig uitdrukte. Ik probeer gewoon mee te denken.’

‘Kun jij je niet beter op je boek richten?’

‘Het is af. Dat weet je best. Of dat zou je kunnen weten als het je interesseerde.’

Thomas trok een wenkbrauw op. ‘Je klinkt een beetje als een ontevreden huisvrouw. Denk je dat ik er behoefte aan heb om ruzie met je te maken op kantoor, waar Martin bij is?’

‘Ga vooral je gang,’ zei Martin. ‘Ik ben benieuwd hoe andere mensen dat aanpakken – misschien krijg ik er nieuwe inspiratie van. Als jullie tips van mij willen: Cassandra en ik gooien graag met etenswaren. Je moet natuurlijk wel zachte dingen uitkiezen. Een groot stuk kaas is geen goed idee; één plakje daarentegen –’

‘Laten we gewoon ophouden met dit gedoe. Caroline hoort hier niet te zitten.’

Martin schoof zijn papieren bij elkaar. ‘Onzin. Ze presenteert straks de nieuwe communicatieplannen. Ik kan vast een tipje van de sluier oplichten: ze zijn doordacht en origineel.’

‘Ze is veel te jong voor een dergelijke functie.’

‘Ze is een jaar ouder dan jij was toen je hier begon. En ik heb al eerder gezegd dat ik niet met je in discussie ga over –’

‘Ik had een andere achtergrond. Willen we echt dat iemand die verhalen verzint hier het communicatiebeleid uitzet? Dat is belachelijk.’

‘Nogmaals, Thomas: ik vind in alle ernst dat Caroline –’

‘Houd je mond, Martin,’ zei ik. ‘Sorry, baas: ik weet dat ik zo niet tegen je praten moet, maar het kan even niet anders.’ Ik trok mijn laptop naar me toe en zocht mijn presentatie op. Toen keek ik naar Thomas. ‘Jij kunt wel denken dat je vroeger een relatie had met een of ander kindvrouwtje dat nergens talent voor had behalve voor alcohol drinken en op je geld teren, maar ik heb een goed stel hersenen, een goede opleiding en plannen waar jij nog nooit bij hebt stilgestaan. Jij hebt je communicatiebeleid laten uitstippelen door een oude man die al jaren toe was aan zijn pensioen. Kijk en luister nu naar wat er mogelijk is als je professionals inzet.’ En daarna stak ik een briljant verhaal af. Werkelijk een briljant verhaal. Het is jammer dat ik in het belang van Garland Oil alweer geen details kan onthullen.

Tijdens mijn hele betoog bleef Thomas me aankijken. Af en toe onderbrak hij me om een kritische vraag te stellen, maar naarmate ik meer vertelde, sprak hij minder. Martin straalde toen ik klaar was. ‘Mijn complimenten! Dat was beter dan waar iemand die niet zo geniaal is als ik tot toe in staat zou moeten zijn.’ Hij applaudisseerde.

Dat deed Thomas niet. ‘Heel grondig,’ zei hij. ‘Is dit nu echt wat je wilt?’

 

Ik wachtte tot ik in het huis van Martin en Cassandra was voordat ik mijn telefoon checkte. Ik zag dat Brigitte mijn bericht had gelezen, maar er was geen reactie. Ik had wel een mail van Mrs Garland.

Caroline,

Ik ben de excuses dat je het druk hebt onderhand zat. Doe niet zo kinderachtig en mail me. Ik wil op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen.

Caroline Garland (je weet wel: je aanstaande schoonmoeder – hoop ik)

Ik drukte op “Beantwoorden” zoals een gestoorde dictator op de rode knop voor de atoombom.

Lieve schoonmoeder (hoop ik – ik bedoel dat ik hoop dat uw gedrag ooit nog eens aanleiding zal geven om dat bijvoeglijke naamwoord oprecht te kunnen gebruiken),

Ik heb het echt druk. Als u meer wilt weten moet u contact opnemen met uw zoon. Hij schijnt ook te kunnen praten, hoewel ik daar momenteel gruwelijk weinig van merk. Houd ermee op me lastig te vallen terwijl ik het al moeilijk genoeg heb.

Voordat ik de kans had om mijn mail uit te zetten kwam er reactie:

Gruwelijk weinig? Dat klinkt ernstig. Ik bid voor jullie. Let wel op dat je je niet door je emoties laat meeslepen; ik hou er niet van als je zo bot doet. Wanneer ga je dat begrijpen?

Mijn reactie was nog korter:

Het is hartstikke vroeg bij u. Ga terug naar bed en laat me met rust.

 

Ik dwong mezelf weer om niet te huilen. Dat genoegen zou ik geen enkele Garland die avond gunnen. Ik had er ook geen tijd voor. Er werd op de deur geklopt en Cassandra stapte binnen, met een koraalrode jurk in haar handen. ‘Martin legt Allison op bed en zorgt voor het eten,’ meldde ze. ‘We hebben alle ruimte om te tutten.’

‘Martin zorgt voor het eten? Hijzelf? Kan hij dat? En is dit geen officieel etentje met catering? Zijn er niet nog twintig mensen uitgenodigd?’

‘We zijn met z’n vieren.’ Cassandra hield de jurk omhoog. ‘Dit lijkt me helemaal geschikt voor jou.’

Ik lachte – of deed alsof. ‘Vertel me niet dat je iets uit je kast getrokken hebt waarvan je wilt dat ik het draag. Voor het geval het je niet was opgevallen: we zijn nogal verschillend.’

‘Ja, jij hebt zo’n prachtig zandloperfiguur, met echte vrouwelijke heupen,’ verzuchtte Cassandra. ‘Ik heb dit vandaag speciaal voor jou gekocht – en voor Thomas. Kom, je moet het passen. Volgens mij zal het je perfect staan.’

Daar was ik nog niet zo zeker van, maar Cassandra had natuurlijk gelijk, zoals altijd als het om kleding ging. Toen ik de jurk aanhad, waren mijn heupen, die Eve vroeger “geprononceerd” had genoemd, vloeiende curven die ik zelf bijna aantrekkelijk vond. Ik zag ook dat mijn boezem nogal… eh… veel nadruk kreeg.

‘Perfect,’ jubelde Cassandra. ‘Nu alleen nog wat make-up. Ga zitten, Caroline, en laat mij doen waar ik goed in ben, zodat Thomas jou de aandacht geeft die je verdient.’

‘Denk je dat Thomas… dat hij…’ Bijna huilde ik toch.

‘Natuurlijk – natuurlijk. Zijn verstand gaat heus wel weer werken. Vanavond helpen we zijn gedachten een eindje op weg.’ Cassandra gaf me een snelle knuffel.

‘Als jij mij mooi maakt, laat hij zich alleen door zijn hormonen leiden. Hij vindt me lastig, Cassie. Hij vindt dat ik niet bij Garland Oil moet werken, en hij denkt dat ik hem niet begrijp.’

Cassandra knuffelde me opnieuw, maar ze zei niets.

 

Toen we beneden kwamen, liet Martin zich tegen een muur vallen. ‘Ik ben getrouwd,’ riep hij naar me. ‘Jij mag je zo niet vertonen. Dat is crimineel.’

‘Jij mag niet zeuren,’ zei ik. ‘Je kunt me beter uitleggen waarom je vroeger zo veel halve verhalen over Thomas vertelde. Je speculeerde over de redenen waarom hij het bedrijf van zijn vader had overgenomen, maar die kende je allang, hè?’

‘Natuurlijk: ik ben immers briljant – en Thomas had me alles verteld. Hij wilde ontsnappen aan wat hij in Nieuw-Zeeland deed. Het was te simpel om dat aan je te verklappen. Ik wist hoe verlegen jij was. Door je slechts kleine beetjes informatie te voeren wilde ik je stimuleren om meer te gaan praten, niet met mij maar met Thomas. Jouw vragen zouden Thomas dwingen om zijn verleden onder ogen te zien, zowel in Nieuw-Zeeland als hier. Het was spijtig dat hij in Engeland met Belinda te maken kreeg; na haar dood richtte hij zich alleen nog maar op zijn werk. Ik hoop nog steeds dat jij ervoor zorgt dat dat verandert.’ Martin keek me bijna verwijtend aan.

‘Ga terug naar je keuken. Er wordt een maaltijd van je verwacht.’

‘Die is allang klaar. Ik was onderweg om een fles wijn te halen en zou inmiddels ook glazen hebben gevonden als jij me niet had afgeleid. Thomas is er al. We zitten buiten.’

Martin verdween en ook Cassandra liep niet met me mee naar de tuin. Ik stapte in mijn eentje het terras op. Thomas ging staan en boog zich naar me toe voor een kus op mijn wang. ‘Je bent mooi,’ zei hij. Toen kuste hij me opnieuw, op mijn mond.

Even beantwoordde ik zijn kus. Het liefst wilde ik me tegen hem aandrukken, net als de dag ervoor, maar ik maakte me los. Ik had het opeens warm – ik had zelfs het idee dat ik bloosde.

Cassandra en Martin verschenen. Er werd wijn ingeschonken, water voor mij, en we proostten. ‘Omdat we weer samen kunnen zijn,’ zei Martin.

Ik was me er even heel duidelijk van bewust hoe heerlijk dat was. ‘Omdat we weer samen kunnen zijn,’ beaamde ik, en ik keek Thomas aan. Hij zag er nog steeds moe uit. Toen glimlachte hij naar me en voelde ik me rustiger worden.

Martin had een eenvoudige ovenschotel bereid, volgens mij het enige gerecht dat hij kende. Hij had vergeten om er een salade bij te maken, dus liep ik snel naar de keuken om er alsnog eentje in elkaar te draaien. Toen ik terugkwam, waren de andere drie in gesprek over Allison en over hoe zij het leven van haar ouders had veranderd. Martin kreunde dat hij net zo’n voorspelbare overbezorgde vader was geworden als al die andere hopeloze figuren die hij in het verleden had bespot. Ook hij was niet geïnteresseerd in woorden als “redelijkheid” en “objectiviteit” als het om de belangen van zijn kind ging. Thomas lachte, maar toen ik de salade op tafel zette vond hij toch gelegenheid om mij kritisch, bijna geërgerd, aan te kijken. Ik had geen idee wat ik nu weer fout had gedaan.

Pas aan het eind van de avond kwam ik erachter. Toen we klaar waren met eten was het donker geworden en langzaam koelde de dag af. Cassandra stelde voor dat we naar binnen gingen.

Thomas maakte geen aanstalten. ‘Vind je het goed dat ik Caroline even confisqueer?’

‘Wij juichen dat zelfs toe,’ zei Martin. ‘Het is een lieve meid, maar ze blijft maar kletsen. Is het je opgevallen dat ze tegenwoordig ’s morgens al praat en daar ’s avonds laat nog steeds mee doorgaat? Vroeger deed ze dat niet. Het is echt vermoeiend voor een –’

‘Lieverd,’ siste Cassandra. ‘Caroline, ik hoef niet bang te zijn dat je hem serieus neemt, hè? Dat doe je anders ook nooit.’

‘Alleen op het werk. Daar beweert hij dat hij de baas is.’

‘De echte baas vraagt nu je aandacht,’ zei Martin. Hij en Cassandra gingen naar binnen.

Thomas stond op. ‘Even de tuin in?’ vroeg hij.

‘Weet je het zeker? Het is bijna donker en die tuin is een half oerwoud. Misschien doet het je denken aan het landgoed van Clark?’

Hij zuchtte. ‘Als ik bang was voor een paar bomen, hoorde je het wel.’

‘Sorry,’ mompelde ik.

We liepen het gazon over en betraden de schaduwen onder de beuken. Bijna botste ik tegen de schommel van Allison op; Thomas trok me nog net op tijd opzij. In het duister kuste hij me opnieuw, vluchtig – ik kreeg er alleen maar honger van. Toen deed hij een paar stappen bij me vandaan en kon ik hem niet meer zien. ‘Je hoeft niet voor me te denken,’ zei zijn stem. ‘Ik zou willen dat je gewoon bij me bent, als jezelf. Daar heb ik het meest aan.’

‘Ik ben mezelf.’

‘Nee, Caroline, dat ben je niet. Je bent iemand geworden die alles probeert te regelen, die overal voor zorgt, die constant de controle wil houden.’

‘Maar dat is toch goed, dat ik dingen probeer te regelen? Vroeger deed ik niets. Daar was je ook niet blij mee.’

‘Wie beweert dat? Als jij je hele leven niets anders had willen doen behalve bij mij zijn, had ik dat toegejuicht.’

‘Thomas, dat is ouderwets.’

‘Ja. En weet je nog dat op die avond bij Marcello en Maria jij zei dat je ouderwets zijn steeds minder erg vond?’

‘Toen had je net gevraagd of ik met je wilde trouwen. Dat vraag je nu niet meer. Je weet niet eens of je nog wel bij me wilt zijn.’ Ik schrok ervan hoe huilerig ik klonk.

‘Ik wil jou. Daar hoef je nooit over te twijfelen. Maar ik moet je opnieuw leren kennen. Ik vind niet alles leuk wat ik zie. Ik vind het niet leuk dat je bijna met Steve hebt geslapen, en daar ga ik me niet voor schamen of verontschuldigen. Ik vind het niet leuk dat jij constant dingen wilt regelen terwijl je ook gewoon bij mij kunt zijn. Moest je echt bij Garland Oil gaan werken om me overdag te zien? Had je niet gewoon croissants kunnen komen brengen, zoals vroeger? Moest jij daarnet degene zijn die de salade ging maken – terwijl Martin had gekookt en Cassandra al opstond? Had je niet bij me kunnen blijven zitten? Mag ik niet gewoon van je genieten?’

‘Ik kan het blijkbaar niet goed doen. Als ik jou zo hoor is het allemaal mijn schuld. Maar het feit blijft dat jij Steve voetstoots wilde geloven, dat jij niet praatte over wat je dwarszat, dat jij in Auckland een andere vrouw hebt opgezocht. Jij –’

‘Het spijt me. Het spijt me allemaal. Maar dan nog weet ik niet of we kunnen trouwen. Ik weet niet of we nog goed genoeg bij elkaar passen. Ik heb je geprobeerd uit te leggen hoe ik veranderd ben en ik weet niet of je dat durft te begrijpen. Soms vraag ik me af of jij denkt dat je God móet eren in plaats van dat je het zelf wilt, alsof Hij een soort Brigitte is die je per se aandacht moet geven.’

Na die woorden was het zo stil dat ik er bang van werd. ‘Misschien moeten we proberen elkaar weer beter te leren kennen. Laten we dit weekend samen iets gaan doen. Het lijkt me wel leuk om zaterdag de stad uit te gaan, naar het platteland. Maar nee: dat wilde je vroeger nooit, en ik kan me voorstellen dat na drie jaar bos –’

‘Nogmaals: vul mijn gedachten niet voor me in, Caroline.’

‘Ik hou van je! Ik wil dat je het naar je zin hebt! Leg me alsjeblieft uit wat je van me verwacht, wat ik wel moet doen.’

‘Niets.’ Het woord was een grom; toen hijgde hij en lachte hij en werd zijn stem weer herkenbaar. ‘Niets. Dat is wat ik je probeer uit te leggen: je hoeft niets te dóen. Ik wil dat je gewoon bij me bent, als jezelf.’

‘Misschien is dit weekend niet zo geschikt. Vrijdag hebben we dat feest met het personeel; dat wordt vast druk en laat. Ik zal niet voor je invullen, maar zelf ben ik zaterdag ongetwijfeld uitgeteld. We kunnen beter –’

‘Laten we zaterdagavond uit eten gaan, bij Marcello en Maria.’

Dat was zo vertrouwd dat ik weer bijna huilde.

 

Thomas bracht me terug naar Cassandra en Martin en vertrok. Het echtpaar Saunders keek me nieuwsgierig aan, maar ik wist niet wat ik tegen ze moest zeggen. Ik wist niet eens wat ik moest denken. Ik ging naar mijn kamer en werkte een paar uur. Toen het me niet meer lukte om me te concentreren, belde ik naar Nieuw-Zeeland.

‘Hé, wat heerlijk om van je te horen,’ riep Eliza. ‘Hoe is het?

‘Gaat wel.’

‘Je klinkt niet zo fantastisch. Moeder zei dat je het… best moeilijk hebt.’

‘Je moeder moet niet denken dat ze…’ Ik hapte woorden weg. ‘Eliza, probeer ik constant de controle te houden? Heb ik altijd de touwtjes in handen?’

Het was even stil. ‘Wie zegt dat?’

‘Je broer.’

‘Misschien. Een beetje. Hoe je je gedroeg toen Eve er was vond ik echt apart. Je vroeg me niet om water te halen, het was eerder een bevel. En daarna stuurde je me weg in mijn eigen huis. Thomas heeft me ook iets verteld over hoe je Eve de deur uit gewerkt hebt. Het was… nogal dwingend.’

Ik snufte. ‘Dank je dat je zo eerlijk bent.’

‘Sorry dat het pijnlijk is. Ik snap wel waarom je zo doet. Jij overleefde vroeger door dingen te regelen. Als jij het niet deed, deed niemand het. En het voelt vast veiliger om zelf dingen te doen en niet afhankelijk van anderen te zijn. Maar Thomas is niet je vader. Je hoeft niet meer alles te regelen – mijn broer kennende wil hij je zelfs heel graag dingen uit handen nemen. Ik denk dat God dat ook voor je wil. Ik moet steeds denken aan die woorden uit Jesaja: “In rust en inkeer ligt jullie redding, in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.” Probeer rustig te worden, te vertrouwen op God en op mensen. Wees gewoon jezelf.’

Mijn eerste neiging was om te zeggen dat ik moe werd van al dat gepraat over de invloed van onze jeugd, maar ik hield me in. Ik sprak ook niet over mijn twijfels over God. ‘Dank je,’ zei ik, en ik meende het. Toen ik neerlegde overdacht ik Eliza’s advies. “Wees gewoon jezelf.” Ik was er niet van overtuigd dat ik nog wist wie dat was.

 

 

© Els van Weijen

 

3 thoughts on “Hoofdstuk Achtentwintig – Controle

  1. Ja, in rust en inkeer ligt jullie redding, in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht Caroline. Wees a.u.b.
    jezelf.
    Moeilijk om jezelf te ontdekken.
    Meesterlijk weergegeven van deze auteur, Els van Weijen.
    Zij verdient een uitgever!!!!!!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *