Hoofdstuk Achttien

hour

Die middag zat Matthew bij Richard in een kamer op het politiebureau. Hij bekeek de grauwe muren en het kleine raam, waarvan het uitzicht door een halfgesloten luxaflex bijna onzichtbaar was. ‘Uiteindelijk leek het me beter om je alles te vertellen,’ zei hij.

‘Dat was een goede inschatting,’ zei Richard.

‘Gerald heeft toch besloten geen aanklacht in te dienen?’

‘Klopt. Hij vindt het belang van zijn dochter zwaarder wegen dan zijn persoonlijke welzijn. Hartverwarmend.’

‘Waarom heb ik dan het gevoel dat ik in een verhoorkamer zit?’

‘Omdat dat zo is.’ Richard grimaste. ‘Het lijkt me verstandig om dit gesprek te voeren in een neutrale ruimte. En hier kunnen we opnemen wat je zegt.’

‘Zodat we nog een tastbaar bewijs hebben van wat er met me is gebeurd. Daar zit ik echt op te wachten.’

Richard haalde zijn schouders op, zoals altijd theatraal en vol betekenis, maar deze keer een betekenis die Matthew niet kon duiden. ‘Er is geen weg terug meer. Dat begrijp je toch wel? En ik denk dat dat goed is. Het wordt tijd dat je gaat praten over wat er met je is gebeurd.’

‘Wat ben je nu eigenlijk? Politie-inspecteur of psychiater?’

‘Gewoon een vriend. Maar laten we dat vandaag negeren. Laten we doen of we elkaar nauwelijks kennen. Ik heb nooit bij jullie gegeten. Ik heb niet met je gevist in Schotland. We hebben niet samen de geboorte van Zoë gevierd. Ik ken jou niet en jij kent mij niet. Je bent de graaf van Northend en je doet je reputatie eer aan: je bent koel en afstandelijk. Je vertelt je verhaal aan een vreemde die je daarna nooit meer vrijwillig op zult zoeken. Oké?’

Matthew sloot even zijn ogen en dankte God dat hij vrienden had die hem begrepen, die hem doorzagen, maar anders dan dat zijn vader hem had doorzien. ‘Oké,’ zei hij.

Richard zette de bandrecorder aan, zei welke datum het was, noemde zijn eigen naam en vertelde wie er bij hem in de kamer zat. ‘In het onderzoek naar de moord op Poppy Sanders gaan wij ervan uit dat zij in Northend Abbey was om te zoeken naar een film. Een tijd lang hebben we gedacht dat die film over de verkrachting ging van Anna Fontaine, de vrouw van Matthew Fontaine. Inmiddels zijn er ontwikkelingen die ons laten vermoeden dat de film is gemaakt door Walter Fontaine, de vader van Matthew Fontaine, en dat hij zijn enige zoon – zijn enige kind – gefilmd heeft. Mr Fontaine – Lord Northend – kunt u iets vertellen over de relatie met wijlen uw vader?’

Matthew vouwde zijn armen over elkaar en leunde iets achterover in zijn stoel. In die stoel hadden verdachten gezeten, maar hij was geen verdachte. Hij was de graaf van Northend, de zeventiende en niet de zestiende. Tot in de verre omgeving had hij zakelijke contacten. Hij had Northend Abbey winstgevend gemaakt, terwijl zijn vader het bijna had moeten verkopen vanwege schulden. Hij, Matthew, had in het verleden zo veel geld verdiend dat hij Northend Abbey kon openstellen voor mensen die het leven moeilijk vonden, maar zelf kon hij het leven aan. Hij keek naar de luxaflex en was zich bewust van de wereld erachter, de wereld die hij niet kon zien, maar waarnaar hij zou terugkeren.

‘De relatie met mijn vader was niet bijzonder goed. Hij had het talent om heel precies te doorzien wat er in me omging. Ik kan me nog herinneren dat ik een jaar of vier was en probeerde om voor mijn collectie autootjes een brug te maken van de ene kant van de kamer naar de andere. Ik gebruikte kartonnen dozen en het geheel was nogal wankel. Mijn vader stapte de kamer binnen, nam de situatie één tel op en zei: “Die brug krijg jij nooit gemaakt. Jou lukt niets.” Toen gaf hij een trap tegen de dozen zodat mijn brug instortte en liep de kamer uit.’

‘Pijnlijk,’ zei Richard.

Matthew haalde zijn schouders op. ‘Het is een vroeg voorbeeld, en niet eens een erg goed voorbeeld. Niet typerend voor mijn vader. Hij wist ook wat ik dacht zonder dat ik bruggen van karton bouwde. Als ik gewoon voor me uit keek, leek hij het al door te hebben. Dan zei hij dat ik niet moest verwachten dat ik het proefwerk Grieks als beste zou maken, of dat ik echt niet gekozen zou worden voor het cricketelftal. Zonder dat ik daar veel over zei, wist hij met welke jongens op school ik bevriend wilde zijn, en dat ik Susanna Brentwood leuk vond. Het was echt knap.’

‘Ja,’ mompelde Richard.

‘Hij mishandelde mijn moeder. Nu en dan waar ik bij was. Hij sloeg haar en soms gebruikte hij zijn broekriem. Toen Anna me jaren later vertelde dat Luke en de anderen haar met zwepen hadden mishandeld, moest ik even aan hem terugdenken.’

‘Sloeg hij jou ook?’

‘Nee. Zolang ik klein was, waren woorden genoeg om me in het gareel te houden. Pas toen ik een jaar of twaalf werd ging ik me tegen hem verzetten.’

‘En toen?’

‘Toen sloeg hij mijn moeder nog harder. Hij kon er niet zo goed tegen als hij commentaar kreeg, en hij wist wat hij moest doen om ervoor te zorgen dat het stopte. Ik zweeg weer. Alleen vond hij dat toen niet meer genoeg.’

‘Hij deed meer.’

‘Hij begon me mee te nemen naar de groene salon. Dat in een kamer in mijn huis.’

‘In je kasteel.’

‘Formeel een voormalige abdij. Die kamer bestaat trouwens niet meer. De kamer wel, maar de inrichting uit de tijd van mijn vader niet meer. Toen mijn vrouw erachter kwam wat er zich had afgespeeld heeft ze de voorwerpen die er stonden allemaal verbrand, op een groot kampvuur in de tuin. Ik heb nogal wat moeite gehad om mijn personeel een overtuigende uitleg te geven voor haar redenen.’

Even grijnsde Richard. ‘Als ik niet wist dat het zinloos was, zou ik proberen Anna ervan te overtuigen van je te scheiden en met mij te trouwen. Het is een topvrouw.’

Matthew keek naar de bandrecorder. Ze waren geen vrienden; ze maakten geen grapjes. ‘Waag het niet,’ zei hij. ‘Ze is van mij.’

Richard knikte. ‘Begrepen. Uw vader nam u mee naar de groene salon. En wat gebeurde daar?’

‘In het begin niet veel wat ik niet al gewend was. Hij kleineerde me met woorden. Maar één ding was wel anders: hij dreigde dat als ik iets zei over wat hij deed, hij mijn moeder zou doden. Hij had een pistool om zijn dreigementen kracht bij te zetten. Vaak vuurde hij het aan het begin van ons gesprek af, door een open raam, zodat ik zeker wist dat het werkte.’

‘Was er niemand die dat hoorde?’

‘Northend Abbey staat nu niet bepaald midden in de bewoonde wereld.’

‘In de Abbey zelf hoorde ook niemand het?’

Het was een vraag waar Matthew niet te lang over wilde nadenken. ‘Ik vermoed dat iedereen er voor koos doof te zijn. En onze afspraken vonden vaak plaats in vakanties, als ik thuis was van kostschool. Het was altijd rustig.’

Richard leek niet overtuigd; Matthew sprak verder:

‘Nadat hij zijn pistool had afgevuurd legde hij zijn horloge op tafel en zei dat ik niets mocht zeggen. Vervolgens praatte hij een uur tegen me. Precies een uur. Niet langer en ook nooit korter. Dan vertelde hij alles wat hij van me wist en waar hij geen begrip voor had. Hij vertelde ook dat hij me haatte en dat hij liever andere kinderen had gehad. Eén zoon, omdat hij die nodig had voor de opvolging, en verder alleen meisjes. Met die meisjes had hij specifieke plannen. Wilt u die horen?’

‘Ik denk niet dat dat nodig is. Wilt u ze vertellen?’

‘Niet echt.’

‘Het bleef niet bij praten, heb ik uit eerdere gesprekken begrepen.’

‘Op een gegeven moment begon hij te eisen dat ik me uitkleedde. Ik nam aan dat dat bedoeld was als een nieuwe vernedering. Ik vond het onaangenaam, maar het verbaasde me eigenlijk niet. Hij vertelde me natuurlijk dat ik lelijk was, dat er nooit een vrouw in mij geïnteresseerd zou zijn, en dat hij vreesde dat de directe lijn van vader op zoon na zeventien graven verbroken zou worden.’

Matthew stokte even. Hij haalde een foto van Anna en Zoë tevoorschijn. Richard vertelde aan de bandrecorder dat hij dat deed en dat was niet eens erg gênant. Hij had de foto zelf genomen: Zoë zwaaide naar hem, terwijl Anna hem een kus toeblies. Heel tevreden keek hij ernaar. Er was geen man die kon beweren dat Anna niet knap was; hij had maar al te veel suggestieve blikken haar kant uit zien gaan. En Zoë… Zoë was een wonder.

‘Ik zou het niet erg vinden als ik alleen dochters had,’ zei hij. ‘Al hadden we er een dozijn. Ik neem aan dat Anna wel zou klagen, maar alleen omdat zij ze moet dragen en baren. En ik heb geen enkele ambitie om met dochters te doen waar mijn vader van droomde. Ik zal Zoë beschermen met mijn leven.’

‘Uw vader had geen ambitie om u te beschermen.’

Matthew borg de foto op. ‘Nee, ik geloof niet dat mijn vader dat erg belangrijk vond. Hij was bezig met zichzelf, met zijn eigen verlangens. Het bleef niet bij uitkleden, Detective Inspector Mather. Hij begon zijn vriendinnen mee te nemen naar de groene salon. Denise Hartman en Cindy Wells. Ze kwamen altijd met z’n tweeën, alsof ze onderling goed bevriend waren, maar dat zal wel niet. Mijn vader liet uitgebreid zien wat hij zoal seksueel met de dames uitvoerde. Ik moest toekijken. Later…’ Matthew boog zijn hoofd. ‘Ik wil graag een kop koffie. Zwart.’

‘Interview onderbroken om 14.26 uur,’ zei Richard. Hij liep de kamer uit.

Matthew strekte zijn benen voor zich uit en overwoog om naar huis te gaan. Of om het niet over die vrouwen te hebben. Wat hadden zij er eigenlijk mee te maken? Zij waren maar kort onderdeel geweest van wat er allemaal gebeurde.

Richard kwam terug en zette koffie voor hem neer. Hij tikte de bandrecorder weer aan. ‘Interview hervat om 14.30 uur. Nog steeds aanwezig: DI Richard Mather en Matthew Fontaine. Lord Northend, u vertelde dat uw vader seksuele handelingen uitvoerde met twee vrouwen en u dwong om toe te kijken. Maakte hij u ook onderdeel van die handelingen?’

‘Soms. Hij zei dat het voor mijn eigen bestwil was. Mijn eerste seksuele ervaring was met Denise Hartman. Niet omdat ik haar aantrekkelijk vond, maar omdat mijn vader dat eiste – en het wilde zien. Hij was niet erg onder de indruk van mijn prestatie, als ik het me goed herinner. De vrouwen verveelden hem ook al snel. We bleven met zijn tweeën achter. Toen liet hij me nog persoonlijker zien wat er zoal seksueel mogelijk is tussen twee mensen. Tussen twee mannen.’

‘Hoe vond u dat?’

‘Hij zei weer dat hij het deed voor mijn eigen bestwil.’ Matthew leunde wat naar achteren. ‘Ik moet het niet erger maken dan het was. Ik zat op kostschool, dus het gebeurde niet dagelijks of wekelijks. Alleen in de vakanties, en dan was ik ook niet altijd thuis; ik logeerde veel bij vrienden. Ik was tegen die tijd ook oud genoeg om te weigeren. Eigenlijk had ik het allemaal kunnen voorkomen.’

‘Dat kunnen we concluderen. Als we negeren dat uw vader in een machtspositie tot u stond en dreigde uw moeder te doden als u niet meewerkte.’

‘Soms reageerde ik op wat er gebeurde – soms raakte ik opgewonden. Zeker toen met Denise Hartman. Ik was geen onschuldig slachtoffer.’

‘U was een tiener – het is normaal dat u soms reageerde.’

‘Ik had met mijn moeder kunnen gaan praten – ik had haar kunnen waarschuwen.’

Richard trok zijn wenkbrauwen op. ‘Waarom hebt u dat niet gedaan?’

Matthew schokschouderde. ‘Ze was nogal bang voor hem. Het zou jammer zijn geweest als ze niet had durven vluchten en mijn vader zijn dreigement had waargemaakt. Ik had niet graag verantwoordelijk willen zijn voor haar dood.’

‘Wist ze wat er gebeurde?’

‘Destijds was ik daar niet zeker van, maar ze heeft gisteren – of eigenlijk vandaag – bevestigd dat ze het wist, ja.’

‘Vindt u het erg dat ze niet heeft ingegrepen?’

‘Volgens mij is dat niet van belang voor de reden waarom we hier zijn.’

‘Kunt u zich herinneren dat er films zijn gemaakt van wat uw vader deed?’

‘Nee.’

‘Denkt u dat het niettemin mogelijk is dat uw vader een film heeft gemaakt?’

‘Ja. Ik zie hem er tot toe in staat.’

‘Hebt u enig idee waar die film kan zijn?’

‘Als ik dat wist zat ik hier niet.’

‘Wilt u nog iets toevoegen aan wat u hebt gezegd?’

Matthew dacht even na. ‘Nee.’

‘Interview gestopt om 14.34 uur.’ Richard klikte de bandrecorder uit en leunde voorover, zijn kin steunend op zijn handen. ‘Goed dat je dit verteld hebt. Mijn complimenten. En dit is natuurlijk nog maar het begin. Je moet hier meer over praten – het eindelijk verwerken.’

Matthew dronk zijn koffie. ‘Ik heb niet de indruk dat dit verhaal vertellen me helpt. Kunnen jullie er wat mee? Voor het onderzoek?’

‘Ja. We gaan in ieder geval met de dames Hartman en Wells praten, en met Susanna natuurlijk. We moeten zeker weten of zij op de hoogte was.’

Matthew voelde de hoofdpijn weer, links voorin, als een mes dat in hem werd gestoken, precies zoals bij Poppy was gebeurd. ‘Ik wilde zelf met ze gaan praten. Maar na hoe ik op Gerald regeerde, leek me dat toch niet zo verstandig.’

‘Je bent geen onbetaald politieagent meer, Matthew. Even voor alle duidelijkheid. Bemoei je niet met dit onderzoek.’

Matthew stond op. ‘Ik ben de graaf van Northend. En in Northend en omgeving zijn wij nogal conservatief: daar heeft de graaf nog steeds concrete macht en invloed. Als ik die kan gebruiken om te ontdekken wie Poppy heeft vermoord en wie die film heeft of anderen daarover vertelt, zal ik het niet nalaten.’

‘Interesseert het je nog wie Poppy heeft gedood?’

Matthew keek neer op Richard. ‘Hoe bedoel je?’

‘Ze is onder valse voorwendselen je huis binnengekomen. Ik begreep dat ze zelfs gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om niet te betalen voor haar verblijf omdat zij daar niet de financiële middelen voor had. Intussen gebruikte ze dat verblijf om een film te vinden die gruwelijk voor je moet zijn als je hem ooit ziet.’

‘Wat probeer je me te vragen, Richard? Of ik haar gedood heb? Misschien moet je die bandrecorder nog even aanzetten – dan kan ik nee zeggen.’

‘Wat voel je voor haar? Ben je blij dat ze dood is?’

‘Nee. Maar soms wel. Die laatste nacht…. Richard, ik heb haar in mijn armen gehouden en ik vond haar aantrekkelijk. Ik dacht dat zij me ook aantrekkelijk vond, terwijl ze…’ Hij haalde diep adem. ‘Ik heb overwogen naar haar kamer te gaan. Terwijl ik Anna heb. Terwijl ik zo veel van haar hou en zo lang heb moeten wachten om haar echt te krijgen.’

‘Je bent een man – een man met normale biologische reacties. En tegelijkertijd een christen vol schuldgevoelens. Maak het allemaal niet te zwaar. Er is niets gebeurd – en als ik het goed begrepen heb omhelsde Poppy jou, niet andersom.’

‘Dat helpt niets om me beter te voelen.’ Matthew stapte de kamer uit.

Voordat hij terugging naar Northend Abbey, kocht hij in de stad twee flessen port. Daarna reed hij naar huis zonder iets te zien. Pas bij de poort naar zijn landgoed wist hij weer waar hij was. Daar zag hij Susanna in haar eentje tegen het hek geleund staan. Hij weerstond de neiging om uit te stappen en haar alles te vertellen wat hij van haar dacht.

Toen hij zijn Range Rover parkeerde op de binnenplaats ging de deur al open. Anna kwam naar buiten. Zodra hij kracht vond om uit te stappen omhelsde ze hem, en kuste hem zoals ze deed toen ze verloofd waren.

‘Hoe gaat het?’ fluisterde ze.

Hij kuste haar ook. ‘Ik zou het liefst de hele dag met je vrijen. Schrik maar niet: ik weet dat het niet kan.’

‘Je bent mijn man,’ vertelde ze hem. ‘Jij bent de enige die ik wil.’

Het was het beste dat ze tegen hem had kunnen zeggen.

 

Uit het dagboek van Marieke Markestein

 

… Gerald strompelde vanavond de eetkamer in alsof hij eigenlijk een stok nodig had om te kunnen lopen. Zijn blik maakte duidelijk dat we niets tegen hem moesten zeggen.

Twee minuten daarna stapte Matthew binnen. Hij liep juist soepeler dan anders: met een kalme vastberadenheid die hem meer dan ooit op een graaf deed lijken. Koel knikte hij naar Zandra en naar mij en toen ook naar Gerald. Spreken deed hij niet.

Even later volgde Anna, met Zoë op de arm. Zoë zat dicht tegen haar moeder aangekropen en maakte geen geluid; het leek of ze de sfeer in de kamer – of in de hele Abbey – had opgevangen. Anna zweeg ook, maar glimlachte wel naar iedereen.

Kort daarna verscheen de oudere Lady Northend. Door haar komst werd de stilte verbroken: ‘Wat doet zij hier?’ wilde Gerald weten.

Matthew trok een wenkbrauw op. ‘Ik geloof niet dat ik een verklaring hoef te geven als ik ervoor kies mijn moeder uit te nodigen voor de maaltijd.’

Gerald snoof. ‘Moet ze je handje vasthouden nu we allemaal weten wat er met je is gebeurd?’

‘Nee.’

‘Ik snap niet waarom je zulk nieuws over jezelf wilt delen met je bezoek en je personeel. Gênant, Matt – heel gênant. Een kerel die –’

‘Mijn naam is Matthew. Ik hou niet van afkortingen. En ik voel geen enkele behoefte om me tegenover jou te verklaren, behalve dan voor de overtrokken manier waarop ik vanmorgen reageerde. Daar heb ik mijn excuses voor aangeboden. Ik hoop dat jij nu in staat bent je humeur aan te passen en deze maaltijd enigszins normaal te houden.’

Er trok een sneer over Geralds gezicht. ‘Wij hadden dat soort dingen vroeger niet.’

‘Vader…’ fluisterde Anna. Lady Elizabeth keek naar het tafelkleed en begon er qua kleur steeds meer op te lijken.

‘Die psychische poespas, bedoel ik,’ ging Gerald verder. ‘Wij beten op onze tanden en hadden het er niet meer over. Maar tegenwoordig moet er over alles gepraat worden. Ga je nu ook in therapie, en zakdoeken vol huilen bij een psycholoog? Anna, meisje, ik wens je sterkte. Het schijnt dat therapeuten en hun patiënten vaak verliefd op elkaar worden. Houd hem in de gaten.’

Ik had Gerald graag gewurgd.

‘Ik vind het dapper van je,’ riep Zandra. ‘Ik had nooit gedacht dat jou zoiets zou overkomen, maar het is goed dat je erover praat. En die film komt vast boven water.’

‘Dat hoop ik niet,’ zei Matthew. Hij stond op. ‘De enige reden waarom ik jullie vanmiddag heb verteld wat er aan de hand is, is omdat het onvermijdelijk bij de pers terecht zal komen. Ik wilde dat jullie het van mij hoorden in plaats van vreemden. Ik voel echter geen behoefte om dit onderwerp verder te bespreken, met wie dan ook. Zeker niet waar mijn vrouw bij is. En mijn dochter. En mijn moeder. Excuseer me.’ Met die woorden liep hij de kamer uit.

Wij bleven stil achter. Anna keek verlangend naar de deur, misschien in de hoop dat Eileen snel kwam zodat we konden eten en elkaar negeren. Of misschien wilde ze achter Matthew aan gaan. Ik zou dat in haar positie zeker gedaan hebben.

Zandra vroeg aan Matthews moeder: ‘Wist u het?’

Lady Elizabeth knikte. Toen boog ze het hoofd en begon zachtjes te huilen…

 

 

© Els van Weijen

 

One thought on “Hoofdstuk Achttien

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *