Hoofdstuk Dertig – Crisiscommunicatie

92YFDPNMG9

Nou, ik was natuurlijk niet dood; dat wordt wat lastig bij een verhaal in de ik-vorm. Ik kwam bij zinnen op de Eerste Hulp van een ziekenhuis. Thomas en Martin waren bij me. Martin dacht hardop na over de vraag wat de pers met het verhaal zou doen. ‘Wat er gebeurd is, is in één alinea te beschrijven, maar wat voor etiket gaan ze Caroline opplakken? Gevierd schrijfster? Hoofd Communicatie bij Garland Oil? De verloofde van een man die uit de dood is herrezen? Ik heb bijna medelijden met de arme bloedzuigers: het is lastig om korte, ongenuanceerde artikeltjes over een spannende aanslag te schrijven als je eerst drie alinea’s nodig hebt om uit te leggen wie het slachtoffer is. Ik hoop dat ze het je niet al te kwalijk zullen nemen, Caroline. Bij mij kun je in ieder geval geen kwaad meer doen: ik zie bijna uit naar de artikelen, hoe vervelend persaandacht verder ook is.’

Ik legde een hand op mijn buik. ‘Je moet me niet laten lachen; dat doet pijn.’

‘Stel je niet aan: de arts beweerde dat de wond niet diep was.’

‘Wie zegt dat de pers dit oppikt?’ vroeg Thomas.

Martin snoof. ‘Doe niet zo naïef. Natuurlijk pikken ze dit op, na alles wat er de afgelopen tijd met jou gebeurd is.’

‘Als hoofd Communicatie raad ik aan dat Thomas zich profileert,’ bracht ik uit. Het mes was niet ver mijn buik in gegaan en niet in de buurt gekomen van welk orgaan dan ook, maar ik kreeg langzamerhand toch meer pijn. Ik voelde me ook vreemd krachteloos en kwetsbaar, maar dat kwam voornamelijk door de schrik.

‘Slim idee,’ zei Martin. ‘Hij is natuurlijk de bezorgde verloofde. Dat doet het altijd goed.’

‘Juist. En jij zou als bezorgde baas totaal niet overtuigend zijn. We moeten op korte termijn met een verklaring komen, voordat het geruchtencircuit te veel ruimte krijgt en het incident buiten alle proportie wordt getrokken.’

‘Maar jij gaat die verklaring niet zelf opstellen,’ zei Thomas. ‘Laat maar iemand van je team terugkomen. We gaan eerst met de politie praten.’

‘Ik weet niet of ik ze iets kan vertellen. Ik heb niet veel gezien. Het ging allemaal zo snel.’ De gedaante die opeens voor me gestaan had, had me al gestoken voordat ik bevatte dat hij kwaad in de zin had, en was weggerend voordat ik volledig besefte wat hij gedaan had.

‘Je moet ze over Brigitte vertellen,’ zei Thomas.

Ik schudde mijn hoofd. ‘Zij heeft er niets mee te maken. Het was een man.’

‘Ze kan iemand gestuurd hebben.’

‘Nee, dat kan ze niet. Zoiets zou ze nooit doen. Ze is al labiel; dat wordt alleen maar erger als ze met de politie te maken krijgt.’

‘Caroline –’

‘Als je het echt stil wilt houden, moeten jullie nu stoppen met praten,’ zei Martin, met een nadrukkelijke fluisterstem. ‘Daar komt de politie.’

 

Thomas bleef bij me tijdens het gesprek met de politie. Hij deed zijn best om niet ontevreden te kijken terwijl ik inging op de vraag of er mensen waren die een wrok tegen mij koesterden en een niet al te volledig antwoord gaf. Aan hem vroegen ze ook of hij iemand kon bedenken, of dat er werkgerelateerde zaken waren die aanleiding konden geven tot een aanslag. Hij schudde zijn hoofd. ‘Volgens mij was het een gek,’ bromde hij.

De politie was net weer vertrokken toen mijn telefoon ging. ‘Je moeder,’ zei ik. Thomas zuchtte en suggereerde dat ik niet op hoefde te nemen, maar dat deed ik wel. Ik probeerde monter te klinken. ‘Hoi ma. Wat leuk dat u belt.’

‘Hoe gaat het met je? Is het ernstig?’

Ik had verwacht dat ze iets zou zeggen over mijn gebruik van het woord “ma”; ik moest even omschakelen voor ik snapte waar ze het over het had. ‘Hoe weet u al wat er is gebeurd?’

‘Ik las het net op internet. Eliza dacht dat het misschien een vals bericht was, maar het is echt waar, hè? Wat vreselijk. Ze hebben je néérgestoken. Hoe voel je je? Is er iemand bij je?’

‘Neergestoken is een groot woord. Het is geen diepe wond, en –’

‘Is Thomas bij je?’

‘Hij staat hier naast me.’

‘Goed zo. Je moet voor je laten zorgen, Caroline.’

‘Als iemand dat nog één keer zegt, ga ik gillen. Dit hele gedoe was gewoon een stom incident. Zinloos geweld. Ik ben er goed vanaf gekomen. Nu –’

‘Je moet rust nemen. Ik hoop niet dat je wilde zeggen dat je gewoon weer aan het werk gaat. Je hebt die hele belachelijke poppenkast nu wel lang genoeg opgevoerd. Je hoeft niet meer sterk te zijn. Laat Thomas voor je zorgen.’

‘Hij heeft nog geen duidelijk standpunt ingenomen over de vraag of hij dat wel wil.’

‘Je begint te klinken als een voorlichter. Dat vind ik geen goed teken. Je hebt toch al de neiging om met je verstand te reageren en je gevoel te verwaarlozen; dat overdrijf je de laatste tijd. En geef me nu Thomas maar.’

Als een braaf meisje overhandigde ik mijn telefoon. Het gesprek dat Thomas vervolgens met zijn moeder voerde, vond ik zowel interessant als teleurstellend. ‘Hoi ma… Ja, inderdaad. Natuurlijk zorg ik voor haar… Ik zal haar niet uit het oog verliezen, behalve als ze dat zelf wil… Ma, ze logeert bij Martin en Cassandra, en geloof me: hun huis is een vesting… Nee, verder verandert het niets…’ Opeens lachte hij. ‘Dat lijkt me een briljant idee. Ik zou het je graag zien doen.’ Toen was hij lang stil. ‘Ja, dat vermoedde ik al. Dag, ma.’ Hij gaf me de telefoon terug. ‘Mijn moeder zei dat ze je het liefst zelf in de gaten houdt. Ik had niet anders verwacht.’

‘Maar toen je voorstelde dat ze dat plan uitvoerde, waren er natuurlijk allerlei praktische bezwaren.’

‘Lange verhalen over de verderfelijkheid van het Verenigd Koninkrijk. In Nieuw-Zeeland zou je nooit neergestoken zijn of zou, als dat onverhoopt wel was gebeurd, de dader nu al gevonden zijn. Takapuna is nog net niet de hemel.’ Hij kwam dichter bij me staan. ‘Gaat het?’

‘Ja, hoor.’

‘Voor de duidelijkheid: ik ben echt van plan je goed in de gaten te houden.’ Hij liet zijn hand over mijn schouder glijden, maar leek niet te weten waar hij hem wat langer moest laten rusten. ‘Ik wil niet dat je nog maar iets overkomt. Ik heb de afgelopen jaren niet voor je gevochten om je nu kwijt te raken.’

Ik voelde me nog kwetsbaarder worden, misschien vanwege al mijn boosheid en mijn tranen die er deze avond opeens waren geweest. Het liefst wilde ik dat Thomas me omhelsde, of anders dat hij wegging. ‘Zoek Martin even op en zorg ervoor dat hij Sally Ward aanspoort om aan de slag te gaan. Je moeder had het verhaal al op internet gelezen.’

‘Maak je daar maar niet druk over. Ik breng je naar huis.’

Ik keek hem aan. Hij keek weg.

‘Naar Martin en Cassandra, bedoel ik.’

 

Toen ik de volgende morgen wakker werd deden al mijn spieren zeer, alsof ik vijftien uur gesport had. Door een kalmerend middel had ik diep geslapen, maar zodra ik mijn ogen opendeed, vlogen de beelden van de vorige dag door mijn hoofd. Ik voelde het mes weer mijn buik in dringen. Even betastte ik het verband en voelde ik de wond eronder pulseren. Toen legde ik mijn hoofd terug op mijn kussen en vroeg ik me af of ik de moed had om te gaan werken. Voordat ik op die vraag het antwoord vond, ging mijn telefoon.

‘Ma, u overdrijft het. Alles in orde hier.’

‘Caroline, er is een vrouw in Nieuw-Zeeland…’ Iets dat ik niet vaak meemaakte gebeurde: Mrs Garland viel stil. Ik zette me schrap.

‘Er zijn er meer,’ zei ik. ‘U, en Eliza en Julie, en nog wel een paar andere ook.’

‘Ze beweert dat ze seks heeft gehad met Thomas. Na zijn tijd bij Clark.’

‘Oh.’ Ik wist dat ik die dag gewoon zou gaan werken.

‘Dat is toch niet waar, hè?’

‘Ik denk het niet, nee.’

‘Je dénkt het niet?’

‘Ja, sorry, ik weet dat u zei dat ik meer vanuit mijn gevoel moet reageren. Laat ik het dan zo zeggen: mijn gevoel hóópt van niet.’

‘Caroline, doe niet zo raar. Wat is daar allemaal aan de hand?’

‘Niets – helemaal niets. Behalve dat we nu een beetje een crisis bij Garland Oil hebben en ik me daarmee ga bemoeien. Het zal vast negatief afstralen op het bedrijf als iemand beweert een relatie met de algemeen directeur te hebben terwijl die directeur geacht wordt verloofd te zijn met een ander. Ik spreek u later.’

‘Caroline! Je moet me uitleggen wat er aan de hand is! Zoiets doet Thomas niet. Toch? Ik wil dat jij met hem trouwt.’

‘Daar hebben we het ook later nog wel eens over. Ik moet aan de slag.’ Toen Mrs Garland weer begon te protesteren, verbrak ik de verbinding.

 

Eenmaal op het werk riep ik Sally Ward bij me. Ik vertelde haar dat ik haar onthief van het managen van de communicatie rondom het steekincident. Ik vond dat ze het niet bijster proactief had aangepakt; nu de situatie gecompliceerder werd regelde ik het liever zelf.

Sally maakte hetzelfde geluid dat ze waarschijnlijk produceerde als ze cocaïne tot zich nam. ‘Ga je de pers vertellen dat je naast hem staat? Dat zegt iedere bedrogen vrouw.’

‘Ik denk dat het verstandig is dat jij je gaat oriënteren op een andere baan. Ik denk niet dat je past binnen deze organisatie. Je mist een bepaalde mate van loyaliteit.’

Ik gooide Sally mijn kantoor uit en belegde een persconferentie bij Garland Oil. Het tijdstip waarop de journalisten ons konden lastigvallen stelde ik vast op 13.00 uur. Vooraf sprak ik met Martin en Thomas mijn plannen door. Ik zei dat ik mappen met informatie over Garland Oil had laten maken. Het kon geen kwaad om gelijk het bedrijf te profileren nu we weer zo in de belangstelling stonden. We namen daar een beetje een risico mee, maar ik had goede hoop dat de negatieve verhalen zouden overwaaien en de reputatie van Garland Oil ongeschonden zou blijven.

De mannen keken mij twijfelachtig aan, zij het om verschillende redenen.

‘Ook op dit moment ben je bezig met de bedrijfscommunicatie?’ wilde Thomas weten. ‘Ik neem aan dat ik dat bewonderenswaardig zou moeten vinden, maar dat lukt me niet.’

‘Laten we de feiten benoemen waar het echt om gaat,’ zei Martin. Hij leek zijn gevoel voor humor die morgen thuisgelaten te hebben; er was om zijn mond of in zijn ogen geen spoor van een glimlach te bespeuren. ‘Er is een Nieuw-Zeelandse vrouw, Kelly Van Aken – Nederlandse achtergrond; dat is echt jammer: daar geven we de pers een boel foute grappen mee in handen – die beweert dat Thomas –’

‘Ik denk dat we allemaal wel weten wat ze beweert,’ snauwde Thomas.

‘Die beweert dat Thomas seks met haar heeft gehad na zijn bevrijding,’ vulde ik aan. ‘Ze beweert ook dat Thomas op lange termijn een meer permanente relatie met haar wil aangaan, maar dat hij dat voorlopig wil stilhouden voor zijn verloofde.’

‘En dat is allemaal niet waar,’ zei Thomas.

‘Jammer dat geen man die dat beweert, geloofd wordt,’ zei Martin. Hij lachte nog steeds niet.

‘Nee. En iedere echtgenote of verloofde die zegt dat ze vertrouwen heeft in een dergelijke man wordt naïef gevonden,’ zei ik. ‘Of men denkt dat ze precies weet wat er echt aan de hand is, maar haar eigen belangen probeert veilig te stellen.’

Thomas sloot zijn ogen. ‘Ik had te veel gedronken en kwam haar op straat tegen. Ik heb haar gekust, maar verder is er niets gebeurd.’

‘Dat hoefde ook niet,’ zei Martin. ‘Het was meer dan genoeg. We gaan de persconferentie grondig voorbereiden, zodat deze hele belachelijke kwestie niet verder escaleert. Geen vraag van de pers mag onverwacht voor jullie zijn. We gaan rollenspelen doen om jullie antwoorden te oefenen, en jullie begrijpen het: ik zal de meest doortrapte journalist zijn die jullie ooit hebben ontmoet. Jullie mogen nu hakkelen, maar straks wil ik daar niets van merken. Ik stel ook voor dat jullie daarna gaan nadenken over wat jullie nu eigenlijk willen. Jullie zijn me allebei dierbaar; ik ben het zat om toe te moeten kijken hoe jullie elkaar kapotmaken terwijl jullie ook gelukkig met elkaar kunnen worden. Doe wat water bij de wijn.’ Toen grijnsde hij toch. ‘Het is ongelooflijk, maar ik druk me zowaar ongelukkig uit. Sorry, Caroline. Spreekwoordelijke wijn vind je geen probleem, neem ik aan?’ Martins grijns bleef breed, maar Thomas keek me aan alsof hij heel benieuwd was naar mijn antwoord.

‘Natuurlijk niet,’ zei ik. ‘En ik zal er zo veel spreekwoordelijk water bij doen als nodig is.’

‘Tot het drinkbaar is voor iemand die geen alcohol wil,’ vulde Thomas aan.

Martin mompelde iets over het eigen taaltje van verliefde mensen, dat ontroerend hoorde te zijn maar in de praktijk vooral irritant was voor de omgeving. Toen eiste hij dat we aan het werk gingen. Ik wenste intussen dat ik dat taaltje een beetje beter begreep.

 

Even voor één uur wandelden Thomas en ik samen de persruimte in. Thomas legde een hand op mijn schouder en leidde me naar mijn stoel. Even vroeg ik me af of zijn gebaar heel lief of heel doelbewust was. Toen glimlachte ik naar de camera’s.

Ik legde een korte verklaring af waarin ik iedereen bedankte voor de belangstelling na het steekincident. Daarna ging ik “mede namens mijn verloofde” in op de situatie rondom Kelly Van Aken. Ik zei dat ik al die tijd op de hoogte was geweest van het feit dat Thomas haar ontmoet had, maar dat ik ook wist dat er niets gebeurd was, behalve dat hij haar te midden van alle emoties rondom zijn vrijlating impulsief gekust had. Alles wat Miss Van Aken verder beweerde was onwaar.

Ik keek op van de papieren die voor mij lagen. ‘Ik heb me vanmorgen laten vertellen dat het een cliché is, maar ik wil toch zeggen dat ik volledig naast mijn verloofde sta. U hebt deze woorden vast vaker gehoord, en ik kan het u niet kwalijk nemen als u sceptisch bent. Maar ik ben vandaag nog net zo blij met Thomas’ terugkeer in mijn leven als ik dat op 6 juli was, toen ik hoorde dat ik hem na drie jaar weer zou kunnen omhelzen.’

Thomas’ hand vond de mijne. ‘En ik ben nog steeds even dankbaar dat Caroline bij mij is.’

Er was natuurlijk geen journalist die ons voetstoots wilde geloven. En zelfs als ze dat wel wilden, zouden ze vragen stellen. ‘Waarom vond u het dan nodig om Miss Van Aken te ontmoeten? U had uw verloofde nog maar net terug.’

Naast me voelde ik Thomas verstrakken. ‘Ik heb bijna drie jaar gevangengezeten en had redenen om aan te nemen dat ik nooit bevrijd zou worden. Toen dat totaal onverwacht wel gebeurde, vergde dat een behoorlijke omslag in mijn gedachten en gevoelens. Op zulke momenten ligt het voor ieder mens op de loer om onnadenkend te reageren. Inmiddels ben ik weer helemaal mezelf – anders had ik er niet voor gekozen weer aan het werk te gaan. Ik heb er spijt van dat ik zo onnozel was om Miss Van Aken te kussen; ik verzeker u dat ik veel liever mijn verloofde kus.’

‘Meent u dat echt? U bent na drie jaar vast allebei veranderd – u hebt heel andere levens geleid. Past u nog wel bij elkaar?’

‘Ze hoort bij mij.’ De druk van Thomas’ hand werd steviger. ‘Ik kan nauwelijks in woorden uitleggen hoe onverdraaglijk het was om zonder haar te moeten leven.’

‘U woonde vóór de ontvoering samen, maar nu niet meer. Komt dat door uw affaire?’

Ik sprak voordat Thomas het kon doen. ‘Er is geen affaire. Het feit dat we niet samenwonen heeft niets te maken met Miss Van Aken en alles met onze veranderde levensbeschouwing.’ Toen werd ik de voorzichtige formuleringen beu: ‘Ik ben tegenwoordig christen – dat zijn we allebei – en ik vind samenwonen niet meer de logische volgende stap voor verliefde stellen die het voor veel andere mensen wel is.’

‘Dan wilt u vast niet te lang wachten met trouwen. Wanneer is de heugelijke dag?’

‘Alles wat ik over ons huwelijk kwijt wil is dat het een besloten plechtigheid zal zijn,’ zei ik. ‘Des te meer reden om niets te onthullen over de datum. Het klinkt vast heel ongastvrij, maar ik heb er niet zo’n behoefte aan om u die dag te ontmoeten.’

Er werd wat gegrinnikt, maar ik merkte dat Thomas opnieuw verstrakte. Ik snapte niet wat er aan de hand was, en dwong mezelf hem niet aan te kijken om er zo achter te komen: als hij boos was omdat ik over een huwelijk had gepraat, wist ik niet hoe ik zou reageren.

‘Hoe gaat een christen om met de ontrouw van haar verloofde?’ vroeg iemand.

‘Ik heb geen idee; niemand heeft me dat ooit verteld en zelf heb ik het nooit ervaren. Tussen Thomas en mij is er geen sprake van ontrouw, hoogstens van wat verwarring.’

‘Denkt u dat er een verband is tussen Miss Van Aken en de aanslag?’

‘Nee. En er is trouwens ook geen sprake van een aanslag. Dit was een klassiek voorbeeld van zinloos geweld.’

‘Weet u dat zeker? Misschien zijn sommige mensen niet blij met uw relatie. Of misschien is uw verloofde niet zo blij met uw aanwezigheid in zijn –’

‘Ik stel voor dat u die zin niet afmaakt,’ zei Thomas. ‘Ik ben iedere dag blij met Carolines aanwezigheid. Ik zal ervoor zorgen dat niemand haar van me afneemt.’

 

Met Thomas’ hand op mijn schouder slaagde ik erin om zonder te wankelen de persruimte weer uit te lopen. Eenmaal uit het zicht van de camera’s leunde ik tegen een muur. Ik kende de uitdrukking “knikkende knieën”, maar in mijn geval trilden mijn kuitbenen, zo erg dat ik niet meer zonder steun kon blijven staan.

Thomas fronste. ‘Ik wil dat je naar huis gaat. Je bent neergestoken. Je moet rust nemen.’

‘Dat is het niet. Ik geloof dat een persconferentie leiden toch wat spannender was dan ik van tevoren dacht. Mijn carrière als schrijfster en die paar tv-interviews die ik in Nieuw-Zeeland heb gegeven, hebben me er niet echt op voorbereid. Ik heb weinig ervaring met professionele communicatie – ik geef het eerlijk toe.’

Thomas’ glimlach was zo lief dat ik bijna huilde. Hij schoof een lok haar uit mijn gezicht en keek me recht aan. ‘Je hebt het perfect gedaan. Ik ben trots op je.’ Toen kuste hij me, heel licht op mijn lippen. ‘Je gelooft me, hè? Er is echt niets gebeurd behalve een kus en een omhelzing.’

‘Ik geloof je.’

‘Werkelijk?’ Zijn blik werd alsmaar intenser.

‘Doe zoiets alleen nooit meer, of ik breek al je botten.’

Thomas wendde zich af. ‘Ik ben een dwaas,’ bromde hij. Toen pakte hij me bij de arm en ondersteunde me naar de lift. Eenmaal op onze eigen verdieping hielp hij me richting mijn kantoor.

Martin kwam ons tegemoet lopen. Hij applaudisseerde. ‘Mijn complimenten. De belangen van Garland Oil zijn weer veilig, en ik vond jullie zowaar overtuigend als verliefd stel. Misschien moeten jullie alleen wat minder terughoudend zijn over de trouwdatum. Als jullie de bruiloft nu aankondigen zijn alle geruchten onmiddellijk de wereld uit. In de omstandigheden zou het ook heel schattig overkomen.’

‘Lukt het je om zelf je kantoor te halen?’ vroeg Thomas. Toen ik knikte liet hij me los. ‘Ik mag niet schattig zijn van Caroline,’ zei hij, terwijl hij naar zijn eigen kantoor liep. ‘En ik laat me nergens toe dwingen.’ De deur viel achter hem dicht.

Martin zuchtte. ‘Snap jij die man nog?’

‘Ja. Ik geloof dat ik hem steeds beter ga begrijpen.’

Martin keek me aan met iets dat op ontzag leek. ‘Echt waar? Nou, heel hoopvol. Dus je krijgt hem nog wel zover dat hij met je trouwt?’

Daar gaf ik geen antwoord op – omdat ik het antwoord niet wist.

 

Op internet keek ik naar de reacties op de persconferentie. Ik had de indruk gehad dat Thomas en ik nogal stijfjes naast elkaar zaten, maar een van de eerste foto’s die ik zag was van een moment dat ik het toch had aangedurfd Thomas aan te kijken. Ik zag nu pas hoe schattig (ik kon er geen beter woord voor vinden) hij naar me had geglimlacht.

Ik checkte ook mijn privételefoon. In de omstandigheden vond ik dat toelaatbaar. Die nacht had ik geen bericht van Brigitte gehad. Ik was er inmiddels zo aan gewend er wel eentje te krijgen dat ik bijna bezorgd was. Ik vond het raar dat ze juist nu zweeg, terwijl ze zo veel aanleiding had om me te bespotten.

Inmiddels had ze wel een whatsapp gestuurd. Er waren maar een paar woorden: ‘Je leeft nog. Jammer.’ Opeens gingen er allerlei complottheorieën door mijn hoofd – ik moest moeite doen ze af te schudden. Tegelijkertijd kwam er een nieuwe bericht van haar binnen: ‘Ik haat je. Ik haat je. Ik heb je wel gezien op tv, zogenaamd gelukkig met Thomas. Met mij wilde je niet gelukkig zijn. Op school had je me nodig. Toen was je bang van de hele wereld. Nu laat je me in de steek.’

Ik belde haar, en toen er zoals altijd niet werd opgenomen stuurde ik een whatsapp: ‘Brigitte, ik hou van je. Ik wil je niet in de steek laten. Bel me alsjeblieft. Ik mis je.’

Al snel zag ik dat Brigitte het bericht gelezen had, maar er kwam geen reactie. Ik probeerde me weer te richten op mijn werk en op het monitoren van de reacties op de persconferentie. Het lukte me niet erg: ik dacht vooral aan Thomas. Uiteindelijk besloot ik zijn nabijheid te zoeken op een manier die zo doorzichtig was dat ik hoopte dat hij me door zou hebben.

Ik liep naar zijn kantoor, klopte en stapte binnen voordat ik antwoord kreeg. ‘Jij hebt hier toch een tv? Ik hoorde net dat er zo een interview met Miss Van Aken wordt uitgezonden. Het lijkt me handig dat we precies weten wat ze te zeggen heeft.’

Thomas keek niet op van zijn computer, maar suggereerde ook niet dat ik dat interview via mijn eigen computer kon zien. Hij wuifde in de richting van de tv en verdiepte zich weer in zijn werk.

De tv bleek al aan te staan, met het geluid uit. Ik pakte de afstandsbediening, zodat ik ook kon horen wat er zoal in de wereld gebeurde.

‘Het mag wel iets zachter,’ zei Thomas.

Ik zette het geluid “iets zachter” (niet veel) en installeerde me in een fauteuil. Zodra ik ging zitten, merkte ik dat mijn buik zeer deed, maar ik wilde de kamer niet verlaten om een pijnstiller te halen. Terwijl ik de indruk bleef wekken dat ik tv keek nam ik Thomas op, die vrijwel bewegingsloos achter zijn computer zat. Toen Miss Van Aken werd aangekondigd zette ik het geluid “iets harder”.

Er verscheen een vrouw in beeld die eruitzag alsof ze haar dagen doorbracht aan het strand. Haar blonde haren waren door de zon bijna wit gebleekt, haar huid was gebruind, glanzend en gaaf, en haar ogen hadden dezelfde kleur als de Golf van Hauraki. Even lieten ze haar voluit zien: een slanke gedaante met benen waar geen einde aan leek te komen.

‘Nee,’ zei ze, in antwoord op een vraag van de interviewer, ‘ik had geen idee wie hij was. Hij was gewoon vriendelijk.’ Ze giechelde. ‘Meer dan vriendelijk.’

Thomas kwam naast me staan en legde een hand op mijn schouder.

‘Mooie vrouw,’ zei ik. ‘Een echte nachtvlinder.’

‘Caroline…’

Kelly praatte verder over de avond die ze in Auckland hadden doorgebracht. ‘Ja, ik had wel de indruk dat hij geld had. Hij heeft me meegenomen naar het Sky Tower Casino en hij keek niet op een dollar meer of minder. Daarna zijn we uit eten gegaan. Het was hémels.’

‘Niet waar,’ bromde Thomas. ‘Allemaal niet waar. Ik heb haar één minuut gezien. Ik wist niet eens hoe ze heette.’

‘Nou, dat weten we nu wel,’ zei ik. ‘We zullen haar naam niet snel vergeten.’ Intussen praatte Kelly verder over de nacht die ze met Thomas had beleefd en over hoe ze samen de zon hadden zien opkomen. Deze keer kon ik er zeker van zijn dat ze loog. Toen de zon opging was Thomas al lang weer terug bij mij. Ik leunde achterover en ontspande, tot ik me bedacht dat Mrs Garland ooit gezegd had dat Thomas op blond viel. Dat ze ook had beweerd dat hij op kleine vrouwen viel, hielp niet.

‘Zet die tv nou maar uit, Caroline.’

‘Er komt vast nog meer.’

‘Lieveling, kijk hier niet naar. Dit waait allemaal over, sneller dan je nu denkt. Het spijt me – het spijt me echt.’

Ik keek hem niet aan. Mijn ogen bleven op de tv gericht, waar de presentator iets zei over de carrière van Kelly Van Aken als fitnessinstructeur. ‘En dan ander nieuws uit Nieuw-Zeeland. Vandaag is bekend geworden dat de ex-echtgenote van Clark Roberts, de man die in staat van beschuldiging is gesteld voor de ontvoering van Thomas Garland, is opgenomen in een psychiatrische kliniek. Familie van Eve Roberts wil het verhaal bevestigen noch ontkennen, maar uit haar omgeving komt het bericht dat Ms Roberts reeds lange tijd op de hoogte was van de ontvoering en onder grote mentale druk stond door haar besluit daarover te zwijgen. De ontwikkelingen van de afgelopen maanden zouden haar geestelijke evenwicht uit balans hebben gebracht.’

‘Lieve help,’ fluisterde Thomas. ‘Arme Eve. Dat ze opgenomen is, en dat de halve wereld het te horen krijgt. Als wij niet zo in de aandacht hadden gestaan, zou niemand het gemeld hebben.’

Opeens was de stekende pijn van mijn wond onverdraaglijk. Ik greep mijn buik vast.

‘Caroline!’

Thomas klonk geschrokken. Ik snapte in eerste instantie niet waarom. Toen zag ik dat mijn handen onder het bloed zaten.

 

 

© Els van Weijen

4 thoughts on “Hoofdstuk Dertig – Crisiscommunicatie

  1. Oh, Caroline wat moet jij allemaal doorstaan. Het is een warboel daar en in jouw hoofd.
    Hoe moet dit verder en hoe komt de werkelijke waarheid boven tafel? Hoe kan zij dit volhouden?

  2. Ohhhhhhhhhhh wat spannend, en nu moeten we alweer wachten. Het wordt nu wel heel lastig om weer een week te wachten. Wat kan jij schrijven zeg!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *