Hoofdstuk Veertien

boy

Matthew liep naar Richard en begroette hem, maar de man wachtte met iets te zeggen totdat Marieke binnen was en de deur zich achter haar sloot. ‘Je vraagt je toch af waarom ze niet heeft ingegrepen voordat het zo ver kwam,’ mompelde de Detective Inspector.

‘Er zit vast een verhaal achter. Ik heb gelezen dat in sommige omstandigheden voedsel een verslaving kan worden.’

‘Mensen die misbruikt zijn schijnen vatbaarder voor verslaving te zijn.’

Matthew keek naar Richard, die neutraal terug keek. ‘Suggereer je nou dat zij –’

‘Nee. Ik probeer je te vertellen dat jij het goed doet. Mensen die misbruikt zijn, hebben trouwens ook moeite met grenzen stellen, en lopen het risico in relaties terecht te komen waarin het seksuele geweld zich herhaalt.’

‘Nou, dat heb ik dan inderdaad goed gedaan: ik heb grenzen gesteld aan Anna en haar het seksuele geweld laten ondergaan. Kom mee naar binnen, Richard; je lust vast wel een kop koffie en ik weet zeker dat Eileen gebak voor je heeft.’

‘Ze zijn ook vatbaar voor depressiviteit,’ bromde Richard. ‘Wandel even met me mee de tuin in. Ik wil met je praten zonder dat ik het risico loop dat iemand ons hoort.’

‘Naar de ommuurde kruidentuin dan maar?’

‘Lieve help, Matthew, laat dat humeur hier achter. Het is erg vermoeiend.’

Matthew lachte. ‘Ik voel me juist beter dan de laatste weken.’ Hij keek naar de bijna lege binnenplaats en was haast vrolijk. Sinds Davids terugkeer was de sfeer gespannen gebleven. Na de begrafenis van Poppy was het zelfs erger geworden. David was niet meegegaan. Matthew vond dat fijngevoelig van de jongen, maar in andere ogen leek het hem alleen maar verdachter te maken. Nu waren naast David alleen Marieke, Zandra en Gerald nog te gast. Gerald zou ongetwijfeld voor onrust blijven zorgen, maar Gerald was maar één persoon, die hij niet al te veel hoefde te zien.

‘Dan kan ik je humeur misschien nog verder opkrikken. Paul Sanders is gearresteerd.’

Matthew bleef staan, midden op een gravelpad. ‘Werkelijk.’

‘Maar daar eindigt het goede nieuws. Hij heeft een waterdicht alibi voor het tijdstip van de moord.’

‘Werkelijk,’ herhaalde Matthew.

‘Hij zat die avond bij een pokertoernooi. Hij was de winnaar, dus er zijn veel getuigen van zijn aanwezigheid.’

‘Waarom heeft hij zich dan al die tijd verborgen gehouden?’

Richard haalde maar weer eens zijn schouders op zoals alleen hij het kon, alsof hij Atlas was die het gewicht van de wereld van zich afschudde. ‘Typisch de mentaliteit van een crimineel: zelfs als je onschuldig bent denk je dat anderen dat niet zullen geloven. Hij heeft zich de afgelopen weken trouwens schuilgehouden bij zijn nieuwe vriendin. Ik denk dat hij niet lang zal rouwen om zijn vrouw.’

‘Heb je hem gevraagd of hij contact had met Luke?’

‘Natuurlijk. Hij ontkende alles – zelfs dat hij Poppy heeft gebeld. Volgens hem wilde zij scheiden en vond hij dat niet erg. Geen nummer in haar telefoon is naar hem te herleiden. Niet dat dat wat zegt natuurlijk. Een telefoonnummer heb je zo gekocht – en kun je zo weer laten vallen.’ Richard draaide zich naar de Abbey, waar de laatste auto vertrok: Carmen Fogle zwaaide verwoed naar hen. ‘Je hebt nog maar drie gasten over, hè? Misschien heb ik vandaag de dader laten gaan.’

‘Waarom heb je ze niet tegengehouden na dit nieuws?’ Matthew keek ook naar zijn huis en vroeg zich af wie daar veilig was.

‘Ik geloof niet dat een van de vrouwen dit gedaan heeft.’

‘Een man dan? Gerald?’

Richard trok zijn notitieblok tevoorschijn. ‘Ik heb onderzoek gedaan naar Geralds paard. Hij beweert dat hij het gekregen heeft van een vriend. We zijn met die man gaan praten. Hij heeft paarden, maar geen een die lijkt op Lightning Strike – allemaal huis-, tuin- en keukenknollen. En Gerald en zijn vriend hadden elkaar tot voor kort dertig jaar niet gezien. Bijzonder dat je na al die tijd zo’n groot cadeau geeft.’ Richard fronste naar zijn notitieblok. ‘Er is in dit land geen enkel raspaard als gestolen gemeld, dus hoe het zit is me een raadsel. Daarnaast zou ik graag willen weten of Gerald Poppy echt lastigviel, of dat het allemaal zo onschuldig was als hij beweert.’

‘En als Poppy beweerde.’

Richard leek Matthew niet te horen. ‘Sowieso zou ik meer willen weten over die man. Helaas heb ik nog niets gehoord van de Amerikaanse politie. De Nederlandse politie heeft wel hun best gedaan, maar er was niets te melden over Marieke Markestein. Ik heb ook de achtergrond van Celia uitgepluisd. Dank voor de tip, maar ik geloof niet dat zij iets te verbergen heeft. Haar man is overleden, geen kinderen, gewoon een eenzame vrouw die nu Kerst in haar eentje gaat vieren.’

Matthew sloot even zijn ogen. ‘Ga je nog meer dingen uitzoeken?’

‘Oh, ik heb vragen te over. Over je trouwe medewerker Melinda Hayes bijvoorbeeld. Ze was erg stellig toen ze beweerde dat ze “absoluut niet” met Gerald in de tuin is geweest en dat ze nog liever in haar nakie krokodillen voerde – interessant beeld – maar bij andere zaken is ze minder overtuigend. Ik blijf benieuwd naar de reden waarom ze Poppy’s kamer binnen is gegaan. Zij zegt dat ze bezorgd was en wilde weten hoe het met Poppy ging. Maar waarom dacht ze dat Poppy op haar kamer was? Jullie hadden toch Bijbelstudie?’

‘Misschien had ze gezien dat Poppy daar niet was.’

‘Dat zegt zij ook. Maar ik blijf het een raar verhaal vinden. Laten we wel wezen: als ze geklopt heeft, heeft er niemand antwoord gegeven.’

‘Ja,’ mompelde Matthew. De afgelopen weken had hij Melinda gemeden. Toen David terugkwam had hij haar de jongen zien omhelzen en had hij dat onredelijk irritant gevonden. Hij was bang dat hij iets verkeerd zou zeggen als hij met haar sprak.

‘En dan hebben we nog de vraag waarom de vingerafdrukken van Zandra op de deur van Poppy zaten.’

‘Ze heeft vast een uitleg.’

‘Zandra heeft altijd een uitleg. In dit geval dezelfde als Melinda: ze was bezorgd om Poppy en wilde met haar praten. Toch vraag ik me af het toeval is dat ze Ethel Hickley, net als zij een buurvrouw van Poppy, oxazepam voerde in de nacht van de moord. Misschien deed ze er alles aan om ervoor te zorgen dat Ethel zou slapen en niets zou horen. En dan is er nog de zeer interessante vraag hoe Susanna Brentwood in het geheel past. Ik vind dat The Northend Gazette de laatste tijd weer erg goed op de hoogte is. Vooral dat profiel van alle gasten was me wat al te gedetailleerd. Van de zelfmoord van de dochter van Lizzie Keighley tot de antiekzaak van Zandra Price.’

‘Dat van die antiekzaak is natuurlijk zo te googlen.’

‘Man, het was bijna reclame, zo veel kon ze erover melden. Ik vraag me af wie haar informatie toespeelt en waarom. Zandra?’

‘Lijkt me sterk. Gerald? Hij gebruikt Anna’s auto bijna iedere dag. Misschien gaat hij bij haar langs.’

Richard schudde zijn hoofd. ‘Niet meer. Susanna heeft een klacht bij ons ingediend: ze beweert dat Gerald haar lastigviel op haar werk. Na haar melding en mijn gesprekje met hem daarover is hij er niet meer geweest. Ik begrijp trouwens dat Gerald soms samen met iemand anders gebruikmaakt van Anna’s auto: met Marieke.’

Matthew liet die informatie inzinken. ‘Vraag je je ook nog af waar de film is?’

‘Wat denk je zelf? Heb je nog gezocht?’

‘Wat denk je zelf? Ik heb de hele Abbey overhoop gehaald, zonder enig resultaat. Heb jij al met Luke gepraat?’

Richard keek weg van het huis en tuurde naar de tuin en naar de stallen erachter. ‘Ja.’ Na dat ene woord zweeg hij zeker een minuut lang. ‘Die man is echt ziek. Maar dat wist je waarschijnlijk al.’

‘Ja.’

‘Toen ik met hem gepraat had, ben ik het eerste het beste café ingelopen. Ik heb een paar borrels besteld en die in één teug achterover geslagen. Daarna had ik een probleem, want ik was met de auto en had geen behoefte aan krantenkoppen over een agent die de wet overtreedt.’ Richard lachte, zo onecht als een kraai. ‘Er is geen woord van gelogen dat Anna hem obsedeert. Hij kon over niets anders praten dan over wat hij met haar gedaan heeft. Ik wil haar even niet zien, Matthew. Ik wil wachten tot ik als ik met haar in gesprek ben niet onmiddellijk denk aan wat hij verteld heeft.’

Matthew keek met Richard mee naar de verte. ‘Anna zelf lijkt er redelijk goed mee om te gaan.’

‘Maar Anna weet waarschijnlijk langs niet alles.’

‘Dat is waar.’

‘Heb je haar verteld… Heb je haar uitgelegd dat er een film…’

‘Ja. Ze was van streek toen ze het hoorde, maar nu is ze vrij kalm.’

‘Ik heb overgegeven na die borrels,’ zei Richard. ‘Heel onprofessioneel.’

‘Hoe ben je thuisgekomen?’

‘Een vriend in de buurt gebeld die me wel wilde rijden en hem daarna veel geld gegeven voor een eersteklas treinkaartje terug.’

‘Luke heeft niets losgelaten over de film?’

‘Geen letter – geen blik – geen hint.’

‘Ik vraag het je nog eens: waarom vertel je dit allemaal aan mij? Dat is ook heel onprofessioneel.’

‘Als je het niet over iets zinnigs kunt hebben, kunnen we beter helemaal ophouden met praten,’ snauwde Richard. Hij beende weg. ‘Ik ga maar weer eens met de laatste overgebleven verdachten praten.’

Matthew keek hem wat verbaasd na. Hij vroeg zich af of hij zich druk moest maken over Richards irritatie, maar besloot dat hij daar geen energie voor had. In plaats daarvan floot hij een deuntje en wandelde richting de stallen. Daar wachtte hij bij de deur. David stond bij Lightning Strike, met zijn gezicht tegen het dier gedrukt. Terwijl de jongen huilde en de Arabier over de hals aaide, besnuffelde het paard Davids hoofd, misschien in de hoop dat hij ergens vers gras had verstopt.

Toen het er niet naar uitzag dat David zou stoppen met huilen, liep Matthew door. Het paard hinnikte een waarschuwing.

David wreef zijn ogen droog. ‘Sorry.’

‘Ik snap het wel,’ zei Matthew, terwijl hij het paard aaide. Lightning Strike deinsde achteruit.

‘Ze hebben de Bijbelschool gesloten.’

‘Dat wist ik al,’ zei Matthew. Nadat andere media het verhaal van Susanna over Davids niet-bestaande school hadden overgenomen, was er onderzoek gedaan. David ging wel degelijk naar een Bijbelschool, maar eentje die niet officieel geregistreerd stond. De gemeente York had ingegrepen en de school gesloten totdat alles volgens de bureaucratische weg geregeld was. Misschien zouden ze milder zijn geweest als een van de studenten niet tijdens zijn stage opgepakt was in verband met een moord.

‘Zij konden er ook niets aan doen! De school wordt geleid door Amerikanen! Wat weten die nou van Engelse regels!’

Matthew legde een hand op Davids schouder. ‘Ik weet het. Ik weet het.’

Nog een keer wreef David langs zijn ogen. ‘Maar ik geef het niet op. Echt niet. Ik ga me richten op de gasten die nog over zijn. Marieke… Marieke heeft hulp nodig. Ik… ik heb wat bedacht voor haar. Ik weet zeker dat God het een goed…’

Het lukte David niet om verder te praten – hij huilde te hard. Matthew wist niet wat hij moest zeggen of doen. Iets harder drukte hij op Davids schouder. De jongen leek het als een uitnodiging te zien: hij liep Matthews armen in en snikte tegen zijn borst.

‘Het is allemaal mijn schuld,’ snotterde David. ‘Alles is mijn schuld. En ik weet zeker dat DI Mather mij nog steeds… nog steeds…’ Davids uithalen klonken alsmaar hoger en verdrongen zijn woorden; hij drukte zich weer tegen Matthews shirt aan, waar Matthew hem wanhopig hoorde hikken. Matthew hield hem steviger vast. Zo klein eigenlijk nog, dacht hij. Zo kwetsbaar.

 

Uit het dagboek van Marieke Markestein

… Vanavond verzamelden we ons in de privé-eetkamer van de familie Fontaine. Nu we met zo weinigen over zijn, heeft Anna voorgesteld dat we daar met z’n allen eten. Zandra zei dat we waarschijnlijk in het lang werden verwacht, maar gelukkig: iedereen droeg normale kleding. Ik heb geen jurken die me nog passen.

De eetkamer is een lange ruimte met aquamarijne muren. Eén zijde van het vertrek is vol ramen, die overdag uitkijken op de tuin maar vanavond werden verborgen door gordijnen: dikke draperieën waarop in gouddraad bloemen en vogels waren gestikt. Ik zag ranken van klimplanten die lussen draaiden en zich uitstrekten naar zangvogeltjes, en te midden van alle levendigheid uilen die stoïcijns voor zich uit keken.

De tafel was prachtig gedekt. Op een damasten tafelkleed stond een kristallen kandelaar die haar eigen licht duizendmaal weerkaatste. De borden, met een abstract patroon dat me deed denken aan passiebloemen, leken wel kunstwerken. Ik bestudeerde ze minutieus nadat ik had plaatsgenomen en iedereen met anderen in gesprek was.

‘Welkom!’ klonk het toen. Anna stond naast me. Ze drukte een kus op mijn wang en nam me vervolgens aandachtig op. Even was ik bang dat ze erover zou beginnen dat we nooit verder hadden gepraat na die laatste keer in de bibliotheek. Ze was echter neutraler: ‘Fijn dat je nog even blijft. Zandra ook.’ Glimlachend keek ze naar de vrouw naast me.

‘Dank je voor de gastvrijheid,’ bromde Zandra, die die avond geen al te best humeur leek te hebben. ‘Is het goed dat we hier zitten of is er een tafelschikking?’

‘Nee hoor. Alleen bij de kinderstoel kun je beter niet gaan zitten, behalve als je wilt dat Zoë van je eist dat je haar te eten geeft. Ze zit meestal tussen Matthew en mij in.’

‘Zoë eten!’ klonk het van laag bij de grond. Ik had niet in de gaten gehad dat Anna’s dochter met haar naar mee was gedribbeld. De dreumes pakte mijn been vast en glimlachte al even uitbundig als haar moeder. ‘Appuhmoes,’ zei ze. ‘Kippie.’

‘Sst,’ zei Anna, ‘dat is nog een geheimpje. Eileen wil niet dat je het verklapt.’

Zandra keek me aan en trok kritisch haar wenkbrauw op, alsof ze het menu te simpel vond. Eileen kennende vermoedde ik dat dat wel mee zou vallen. Intussen hield ik mezelf – net als bij iedere maaltijd – voor dat ik niet zou schransen. Ik zou één keer opscheppen en daarna ieder aanbod om nog meer te nemen afslaan.

‘Zoë bij Ma-iekuh,’ besloot de peuter intussen. Ze strekte haar handen naar me uit. Ik tilde haar op en zette haar op mijn schoot, zo goed en zo kwaad als het ging. Mijn buik nam te veel ruimte in, zodat Zoë ver weg van me zat en ik haar niet goed vast kon houden. Zo stevig mogelijk legde ik mijn hand op haar ruggetje, maar ze wiebelde vervaarlijk. Net toen ik wilde zeggen dat ze beter naar haar moeder kon gaan, loste Zoë het probleem zelf op: ze ging schrijlings op een van mijn benen zitten, haar hoofd tegen mijn buik. Ze gaf er een kusje op. ‘Ma-iekuh baby’s.’

Zandra had gelijk haar goede humeur terug: ze begon te lachen. ‘Nee, Marieke krijgt geen baby’s. Jammer genoeg niet, hè Marieke?’

Anna kuchte. ‘Mijn excuses,’ mompelde ze.

‘Het maakt niet uit,’ mompelde ik terug. Ik aaide Zoë over haar blonde krullen. ‘Nee, Zoë, ik krijg geen baby’s. Mama wel, hè?’

‘Mama wel!’ Zoë lachte. ‘Mama wel.’ Ik wist niet of ze het leuk vond om me te imiteren of dat ze blij was dat ze broertjes en/of zusjes zou krijgen.

Anna tilde haar op en nam haar mee naar de kinderstoel. Zodra Zoë geïnstalleerd was vielen de gesprekken stil. Matthew keek de tafel rond en glimlachte, heel warm voor zijn doen. ‘Welkom allemaal. Laten we bidden voor de maaltijd.’ Bijna iedereen boog zijn hoofd; alleen Gerald en ik keken elkaar nog aan, Gerald met zijn bekende grijns op zijn gezicht.

‘Waarom is David er nog?’ wilde hij weten, zodra Matthew amen had gezegd. ‘Officieel is dit even geen rustoord meer. En officieel zit hij ook niet op school. Hoe kan hij hier dan stagiair zijn?’

Matthew glimlachte weer, maar niet langer erg vriendelijk; hij was de afstandelijke graaf. ‘Zullen we deze discussie op een ander moment voeren?’

‘Waarom?’ Gerald leunde achterover. ‘Ik denk dat Marieke en Zandra ook graag het antwoord willen horen.’

Zandra tikte met een vinger op de tafel, monotoon als langzame druppels in een donkere grot. ‘Ik zit er niet op te wachten dat Gerald mijn gedachten voor me invult, maar… David is inderdaad verdacht. Waarom doen wij steeds alsof dat niet zo is? Sorry David.’ Ze keek vriendelijk glimlachend zijn kant uit.

David zei niets; hij tuurde naar zijn bord en leek net als ik te hopen dat het eten niet te lang op zich zou laten wachten.

‘De politie vindt dat er niet genoeg reden is om hem op te pakken.’ Matthew klonk weer plichtsmatig. ‘En hij is een goede vriend.’

Gerald snoof. ‘Hij is een moordenaar.’

‘Er is niets bewezen. Hij is alleen een verdachte,’ wees Zandra hem terecht. ‘Net zoals jij dat bent.’ Ze keek naar Matthew. ‘Heeft iemand al ontdekt waar Gerald dat paard vandaan heeft?’

‘Verdacht?’ lachte Gerald. ‘Stel je niet aan, Zandra. Je kan het gewoon niet hebben dat ik geen zin heb om samen met jou ritjes te maken op Lightning Strike. Je bent een oude –’

‘Lightning Strike,’ zei Zandra tegen Matthew. ‘Zelfs die naam is verdacht. Een cliché. Geen mens in de branche zou een raspaard zo noemen.’

‘Daar komt het voorgerecht,’ zei Matthew…

 

… Natuurlijk waren de appelmoes en de kip maar kleine facetten van de maaltijd. Eileen had ze voor Zoë klaargemaakt, maar voor de volwassenen waren er vijf verschillende groenten, lamsvlees en hert, en vijgenchutney die zo lekker was dat ik me er toe moest dwingen het laatste restje niet met een natte vinger op te vegen van mijn bord.

Het eten compenseerde voor de sfeer. Bijna niemand zei wat. Gerald fronste richting David, die steeds kleiner leek te worden en bijna verdween achter het tafelblad.

‘Ik kan naar huis gaan,’ fluisterde de jongen toen de crème brûlée werd opgediend. Het gerecht rook heerlijk; ik vond dat de schaaltjes nogal klein waren.

‘Goed idee,’ zei Gerald.

‘Nee,’ zei Matthew.

‘Je bent onze vriend,’ zei Anna.

‘David, David!’ riep Zoë. Ze zwaaide met haar lepel en sproeide rijkelijk “appuhmoes” over haar moeder.

‘Waarom moet dat kind met volwassenen mee eten?’ vroeg Gerald. ‘Wat een zooi.’

‘Omdat we erg blij zijn dat we haar hebben,’ snauwde Matthew.

‘Hoe gaan jullie dat doen als er straks nog twee koters zijn? Dan wordt het hier iedere dag een slagveld.’

Matthew verbeet iets, misschien de opmerking dat Gerald ervoor kon kiezen om te vertrekken voordat het zo ver was. ‘Zoë blijft hier eten. David blijft hier eten – en wonen.’

‘Mijn ouders vinden het vast leuk als ik weer bij ze intrek,’ zei David. ‘Dan kom ik alleen overdag, om te helpen naar de film te zoeken.’

‘Film?’ vroeg ik, heel voorzichtig, terwijl Zandra en Gerald hetzelfde woord echoden.

Matthew sloot zijn ogen. Anna pakte haar dochter uit de kinderstoel en drukte haar dicht tegen zich aan. Davids hoofd verdween bijna in zijn dessert. ‘Oh,’ fluisterde hij. ‘Dat wisten zij natuurlijk nog niet.’…

 

© Els van Weijen

One thought on “Hoofdstuk Veertien

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *