Hoofdstuk Zes

poppy

‘Eigenlijk is het niet de bedoeling dat iemand op de plaats delict komt,’ zei Richard, voor zijn doen voorzichtig.

‘Dat is dan jammer,’ beet Matthew, die midden in Poppy’s kamer stond en zijn armen over elkaar vouwde. ‘Dit is mijn huis – mijn gaste – mijn slachtoffer. Ik ga niet weg. Alle daghulpen hebben dit gezien, en iedere gast die ik niet kon tegenhouden ook. Ik neem aan dat één persoon extra geen kwaad kan. Het kwaad is al lang geschied.’ Hij keek naar de gedaante die op haar rug op bed lag, met haar peignoir van de vorige avond nog aan. Ze was doodstil – hij wist nu heel precies wat er met die uitdrukking werd bedoeld. Doodstil en met een rode vlek ter hoogte van haar hart.

De dood had haar niet haar schoonheid kunnen ontnemen, stelde Matthew vast. Zelfs met een wasachtige huid, halfgesloten ogen en de eerste geur van verval om zich heen was ze nog mooi. Net als de avond ervoor proefde hij de smaak van port in zijn mond, de smaak van verdoving en walging.

‘Sorry,’ zei hij.

Richard, die hurkend Poppy’s lichaam had bestudeerd, keek naar hem op. ‘Maakt niet uit. Hoe gaat het?’

‘Op dit specifieke moment niet zo denderend.’

‘In het algemeen, Matthew.’

‘Er ligt iemand dood in deze kamer. Iemand die ik heb bezworen dat ze hier veilig was. Hoe denk je dat ik me voel?’

‘Nog naar de psycholoog geweest?’

‘Wat heeft dat ermee te maken? Ter zake: hoe schat je deze situatie in?’

‘De mensen van Forensisch zijn onderweg – zij zullen meer kunnen vertellen over wat er precies is gebeurd, hoe laat en met wat voor wapen. Maar het zal een soort mes zijn. De meest voor de hand liggende dader is natuurlijk Paul Sanders. Ik vraag me af hoe hij is binnengekomen.’

‘Te gemakkelijk. Ons alarm heeft geen bewegingssensors: ’s nachts lopen er vaak gasten rond die niet kunnen slapen. En overdag zijn de deuren nooit gesloten. Het was voor Sanders vast niet lastig om binnen te sluipen en af te wachten tot het stil werd in huis. Zodra vanochtend de deuren opengingen kon hij weer naar buiten.’ Matthew voelde zich moe, en met zijn 42 levensjaren oud en onmachtig. ‘Simpel. Dodelijk simpel, zou ik bijna zeggen.’

‘Val jezelf niet zo hard.’

‘Dat maak ik zelf wel uit.’ Matthew haalde diep adem. ‘Sorry. Ik geloof dat de situatie op mijn omgangsvormen inwerkt. Ik neem dat je iedereen in de Abbey wilt interviewen? We hebben een kamer voor je geregeld. Eileen zorgt voor koffie en voedsel.’

‘Perfect – daar verheug ik me nu al op. Eileen is een wonder. Als ze niet zo afstandelijk was, zou ik vragen of ze met me wil trouwen.’

‘De laatste keer dat ik je sprak had je een vriendin.’

‘Die heb ik nog steeds. Maar wij niet-christenen storen ons daar niet aan; wij hebben verderfelijke neigingen, Matthew.’

‘Wij christenen ook. We zijn er alleen beter in om… Misschien moet ik gelijk maar vertellen dat ik Poppy vannacht om een uur of één nog ben tegengekomen. Ze…’ Opeens was hij duizelig; het werd zwart voor zijn ogen.

Richard trok hem in een stoel. ‘Kalm aan, man – kalm aan. Vertel me alles. Daarna zal ik zeggen dat je onschuldig bent.’

 

Pas bij de lunch had Matthew gelegenheid om met Anna te praten. Na het gesprek met Richard had hij de gasten en de daghulpen erop voorbereid dat ze ondervraagd zouden worden. Vervolgens had hij de forensische specialisten die de kamer van Poppy – en Poppy zelf – kwamen onderzoeken de weg gewezen. Daarna had hij ook nog de tijd genomen om te kijken hoe het met Melinda ging. Zij was degene die het lichaam had gevonden. Ze leek behoorlijk in de war en bleef maar vragen of Gerald verantwoordelijk was. Uiteindelijk had hij besloten de huisarts langs te laten komen.

Anna zat met Zoë op schoot en probeerde haar worteltjes te voeren, maar zodra ze hem zag legde ze haar vork neer. Ze kroop dicht tegen hem aan. Ook Zoë leek de stemming op te pakken: ze klemde zich stevig aan haar moeder vast. ‘Papa,’ piepte ze. ‘Lieve papa.’

Anna probeerde te lachen door tranen heen. ‘Lieve papa inderdaad.’ Toen keek ze hem aan en zag hij schaduwen in haar ogen. ‘Wat zei Richard?’ voeg ze. ‘En hoe voel je je?’

‘Hoe voel jij je?’

Anna legde haar hoofd tegen zijn borst. ‘Ik kan gewoon niet geloven dat Poppy… Is ze echt dood, Matthew? Weet je het heel zeker? Of hebben we het verkeerd begrepen en is ze…?’ Anna’s zin eindigde in een snik.

Matthew kuste haar voorhoofd. Zoë probeerde met haar rechterhand haar moeders tranen weg te wrijven en greep met haar linkerhand naar haar vader; Matthew pakte haar over van Anna. ‘Richard ondervraagt iedereen. Poppy’s kamer wordt op sporen onderzocht. Ze vinden de dader vast snel. Het is natuurlijk haar man.’

‘Daar is niets natuurlijks aan – het is gruwelijk.’ Anna poetste verwoed de tranen van haar gezicht. ‘Lieve help, ik ben zo emotioneel dat ik niet meer kan nadenken. We moeten bij onze gasten zijn. We kunnen het niet maken om ze nu alleen te laten. Zoë kan bij Eileen in de keuken blijven, of misschien nog beter bij je moeder. Wij moeten… wij moeten…’ Anna begon weer te huilen en gromde tegelijkertijd. ‘Sorry hoor. Het komt vast doordat ik zwanger ben dat ik me zo aanstel. Ik wil mijn emoties niet de vrije hand geven – ik wil rationeel zijn en wat dóen – maar ik weet niet wat en ik ben bang dat niets me lukt en ik ben bang dat niets ooit meer hetzelfde wordt, en dat is natuurlijk hartstikke zelfzuchtig bedacht en totaal onbelangrijk, maar ik –’

‘Mama au?’ vroeg Zoë. Ze strekte haar handen uit naar Anna. ‘Zoë kusje op doen?’

Anna deed een nieuwe poging om haar gezicht droog te wrijven. ‘En ik ben ook bang dat ik Zoë tekortdoe of dat ze schrikt van al mijn emoties.’ Ze haalde diep adem en boog zich naar haar dochter. ‘Geef mama maar een kusje.’

‘Mama au?’

‘Ja. Op mijn wang.’ Anna wees voor de zekerheid de plek aan. Zoë gaf haar een natte zoen en Anna gaf er eentje terug. ‘Nu voelt mama zich beter. Dank je, lieve Zoë.’

‘Zoë kusje geven,’ zei Zoë tevreden. ‘Mama au.’

‘Mama had au, maar dankzij jou nu niet meer.’ Anna keek naar Matthew. ‘Ik ga na het eten naar onze gasten. Dat lukt wel. Ik –’

‘Rust jij eerst maar uit. Ik ga naar de gasten. Ze begrijpen heus wel dat jij hier blijft. Niet protesteren, Anna: je bent zeven maanden zwanger; de gasten zijn bijzaak. En ik heb liever dat Zoë bij jou blijft.’

Daar had Zoë haar eigen mening over. ‘Zoë bij papa!’ riep ze. Het idee leek haar nieuwe energie te geven: ze stond op en probeerde rond te springen op zijn schoot. Matthew vermaande haar dat ze rustig moest doen en dwong haar weer te gaan zitten. Zoë was het er niet mee eens: ze trapte met haar voetjes voor zich uit, tegen de buik van Anna aan.

‘Lief blijven, Zoë.’ Anna duwde Zoës voeten bij haar vandaan. ‘Arme Marieke. Zij ging het meeste met Poppy om. Ik kan me niet voorstellen hoe zij… hoe zij…’ Er waren nieuwe tranen in Anna’s ogen, die ze haastig wegwreef. ‘Ik geloof dat ze makkelijker met jou praat dan met mij. Je moet naar haar toe gaan, Matthew.’

‘Dat zal ik doen,’ beloofde hij.

En dat deed hij. Na de lunch was Marieke de eerste die hij opzocht. Ze had zich teruggetrokken in haar kamer en keek hem wat onzeker aan toen hij vroeg hoe het ging. Langzaam liep ze naar haar stoel. ‘Sorry van vanmorgen,’ mompelde ze.

Hij moest even nadenken over wat ze bedoelde. ‘Excuses zijn niet nodig – je had gelijk. David is erg enthousiast over God, maar hij vergeet wel eens dat voor mensen die veel hebben meegemaakt de zaken genuanceerder liggen.’

Marieke boog haar hoofd. ‘Soms verbaas ik me erover hoe gepassioneerd hij is. Uw vrouw ook. Moet je eerst iets vreselijks doen en daarvoor vergeven worden voordat je blij kunt worden van God?’

‘Ik denk het niet. Soms gaat het minder extreem. Of gewoon halfslachtiger.’

‘God heeft vandaag niet ingegrepen,’ fluisterde Marieke. ‘We hebben niet zo veel redenen om in God te geloven.’

Matthew gaf geen antwoord. Hij wilde wel iets zeggen, maar hij had geen idee wat. De laatste tijd werd God voor hem steeds ondoorgrondelijker. Dat was al zo voor de moord op Poppy, sinds het gevoel van dreiging zijn vingers naar hem had uitgestrekt. Of preciezer: sinds de herinneringen aan zijn jeugd waren teruggekomen alsof ze geen herinneringen waren maar heden. Hij was als een boom in de herfst, die zijn bladeren liet vallen en kaal wachtte tot het licht terugkeerde – als het licht al terugkeerde. Mist omhulde hem, de nachten werden donkerder en blijven vertrouwen op zijn Verlosser alsmaar lastiger. Meestal wilde hij niet eens meer vertrouwen.

Matthew leidde zijn gedachten af met een blik door Mariekes kamer. Het was een vierkant vertrek, lichtgeel geschilderd, met eenvoudig houten meubilair. Op tafel stonden witte fresia’s. Het water in de glazen vaas glansde in het licht van de zon en de bloemen geurden overdadig. Matthew wist niet zeker of hij de kamer wel of niet bij Marieke vond passen. Toen dwong hij zich zijn rol op te nemen, al deed het bijna zeer om zijn mond te openen. ‘Wil je praten over je gevoelens?’ vroeg hij.

Ze haalde haar schouders op. ‘Ik weet niet wat ik voel. En ik heb al met Detective Inspector Mather gesproken.’

‘Een formaliteit. We gaan er van uit dat Poppy’s man verantwoordelijk is, maar DI Mather moet alle andere mogelijkheden uitsluiten. Heb je vannacht iets gehoord?’

Marieke schudde haar hoofd. Hij zag haar ogen donker en peinzend worden, maar keek weg voordat hij haar gelaatsuitdrukking te lang kon analyseren. Hij moest vermijden dat ze ook maar iets van weerzin in hem zag, weerzin waarvan hij aan zichzelf toegaf dat hij hem voelde. Er was geen gast met wie hij meer moeite had dan met Marieke, hoe onterecht dat ook was. Haar uiterlijk stond hem tegen en hij had geen idee wat er in haar hoofd omging.

‘Ik neem aan dat je DI Mather weinig kon vertellen. Je kamer ligt niet in de buurt van die van Poppy.’

‘Ethel en Zandra slapen naast haar.’ De stem van Marieke klonk vlak. ‘Misschien hebben zij wat gemerkt.’

Daar was Matthew ook bang voor.

 

Matthew ging de hele dag van de ene gast naar de ander: iedereen die niet bij elkaar kroop in de grote salon zocht hij op. Hij probeerde te luisteren en geduldig te zijn als er gehuild werd, en knikte begripvol tot het hem duizelde.

Aan het begin van de avond keerde hij terug naar Richard, die zich geïnstalleerd had in een van de kleine salons op de begane grond. Hij zat, achterover geleund in een Franse Empire stoel, met een bord op schoot aan kipkluiven te knagen.

‘Hard aan het werk?’ vroeg Matthew.

Richard ging door met waar hij mee bezig was. ‘Ik ben de hele dag al hard aan het werk. Ik heb eigenlijk geen tijd om te eten. Maar ja: Eileen verwacht dat ik haar kookkunsten eer aandoe.’

‘Dat verwacht Eileen helemaal niet. Ze zou verbaasd zijn als je niets at, omdat ze je langer kent dan vandaag, maar als je alles zou laten staan ruimt ze zonder een woord commentaar de schalen op.’

‘De ideale vrouw.’

‘Richard…’

‘Kijk niet zo streng. Dan lijk je echt een graaf en maak je republikeinse neigingen bij me wakker. Ik heb het zwaar gehad, Matthew. De hele dag heb ik naar mensen geluisterd, maar ik heb weinigs zinnigs gehoord. Wel een paar tegenstrijdigheden.’ Richard pakte zijn notitieblok en bladerde er met vettige vingers doorheen. ‘Zandra Price vertelt me dat ze gisteravond vroeg naar bed is gegaan; Ethel Hickley beweert dat ze samen met Zandra nog laat buiten haar kamer was en dat ze jou zijn tegengekomen.’

‘Ethel heeft gelijk. Ik denk dat ik ze rond één uur nog heb gesproken. Net voor… Poppy.’

Richard keek aandachtig naar zijn notitieblok. ‘Poppy is weg; haar lichaam is net opgehaald. Haar kamer blijft voorlopig verzegeld; ik hoop dat je daar begrip voor hebt.’

‘Natuurlijk.’

‘Ik zal je gasten natrekken, voor alle zekerheid, maar ik vermoed niet dat we veel spectaculairs zullen ontdekken. Overigens, ik hoorde dat we op het bureau al behoorlijk wat vragen hebben gehad van journalisten. De pers zal dit natuurlijk niet negeren; waarschijnlijk schrijven ze er wekenlang over.’

‘Dat zijn we gewend.’

‘Ik verwacht veel nadruk op het criminele verleden van Anna.’

Matthew slikte iets scherps weg uit zijn keel. ‘Zijn we ook gewend.’

Richard bleef naar zijn notitieblok staren. Het leek wel of hij daar antwoorden las op alle grote levensvragen, of hij een oplossing ontdekte voor het raadsel hoe het universum was ontstaan. Matthew zette zich schrap voor wat de man ging zeggen. ‘Weet je dat in onze maatschappij mannen geen slachtoffers mogen zijn?’

‘Pardon?’

Richard keek op. ‘Nadat jij mij twee maanden geleden vertelde over… over hoe je je voelt, heb ik me wat verdiept in de materie. Heel apart, maar om de een of andere reden verdragen wij het veel beter dat vrouwen slachtoffer worden van misbruik dan mannen. We zijn er ook beter op ingesteld om vrouwen te helpen. Je –’

‘Sorry dat ik erover begon. Ik weet niet waarom ik dat nodig vond.’

Richard schudde verwoed zijn hoofd. ‘Dat is juist goed. Hoe voel je je nu?’

‘Dat vroeg je vanmorgen ook al. Nog steeds niet goed. Het is een beetje te snel om al vergeten te zijn dat Poppy is vermoord, in mijn eigen huis. Ik vermoed dat ik dat nooit zal vergeten.’

‘Ik bedoel met –’

‘Ik weet wat je bedoelt. Het gaat. Het komt in orde. Ik wil het er niet meer over hebben – erover praten lost niets op. Laten we ons concentreren op…’ Matthews aandacht werd afgeleid toen Anna binnenkwam. ‘Waar is Zoë?’ wilde hij weten.

‘Bij je moeder.’

Hij voelde een woede die hij maar net bedwong – een woede waar hij van schrok. ‘Heb je haar over het landgoed laten gaan? Nu? Terwijl die man nog in de buurt –’

‘Je moeder slaapt vannacht hier. Eileen ook.’ Anna kuste hem op zijn wang en trok hem mee naar een bank. Toen hij naast haar ging zitten legde ze haar hand op zijn arm. ‘Wil je nog wat eten?’ vroeg ze aan Richard, die aan zijn volgende klipkluif begon. ‘Een echte maaltijd bedoel ik; niet die mannensnacks?’

Richard schudde zijn hoofd. ‘Geen tijd. Ik wil vanavond jullie gasten nog natrekken, hoewel ik nu al weet dat het verspilde moeite zal zijn. Leden van breiclubjes plegen over het algemeen geen moorden, zelfs niet met hun naalden.’

‘Het zijn geen leden van een breiclubje.’ Anna klonk opvallend scherp. ‘Neem ze serieus, Richard. Niet als moordenaars, wel als mensen. Ze zijn hier niet op vakantie. Ik wil hun privacy niet schenden, maar ik kan wel het een en ander zeggen zonder namen te noemen. Over een vrouw die dertig jaar voor haar invalide moeder heeft gezorgd. Ze is blij dat het leed van haar moeder voorbij is, uitgeput van het zorgen, maar ook bang omdat ze geen idee heeft hoe ze de rest van haar leven moet invullen. Er loopt een vrouw rond met een verslaafde echtgenoot, een vrouw die haar dochter heeft verloren en de wereld ziet als één lange nacht, en er zijn nog anderen die houden van mensen die hun liefde niet meer beantwoorden, die gestorven zijn of verdwenen. Ze giebelen in hun normale doen misschien te veel, maar dat betekent niet dat ze geen andere emoties hebben.’

‘Begrepen. Ik zal ze kritisch bekijken. Zelfs Miss Hickley is vanaf nu verdacht. Zo’n lief klein ongetrouwd vrouwtje… Misschien is ze wel een omgekeerde Miss Marple, eentje die de misdaden pleegt in plaats van ze oplost.’

‘Richard…’

‘Ik neem je serieus, Anna. Intussen loopt je vader hier ook nog rond. Hij vond het niet aangenaam om met me te praten. Hij werd zelfs een beetje boos toen ik hem naar zijn alibi vroeg. Ik ben nog niet helemaal tevreden over zijn antwoord. Over zijn verleden wilde hij al net zo weinig kwijt, behalve wat geklets over olie. Heeft hij jou specifiek verteld wat hij de afgelopen jaren in Amerika heeft gedaan?’

‘Nee. Het zou me niet verbazen als…’ Anna zuchtte. ‘Mijn moeder zei altijd dat mijn vader toen ze nog getrouwd waren allerlei dingen deed die het daglicht niet verdroegen. Hij beweert dat hij zijn leven gebeterd heeft in de VS, maar misschien lukte dat niet gelijk. En eerlijk gezegd ben je niet de enige met wie hij niet gemakkelijk praat. De afgelopen dagen heeft hij meer bij de gasten gezeten dan bij mij. Ik denk dat hij Poppy interessanter vindt – vond.’ Anna wreef over haar buik en zag er moe uit. ‘Wat nog niet betekent dat hij haar moordenaar is. Ik denk dat hij haar liever levend dan dood zag.’

Even was er stilte, waarin Matthew zich afvroeg of Anna Richard zou vertellen dat haar vader zich aan Poppy had opgedrongen. Ze deed het niet, maar waarschijnlijk wist Richard het al: de gasten zouden er vast niet over gezwegen hebben.

‘Hij beweerde dat jij de reden bent dat hij hiernaartoe is gekomen,’ zei Richard.

‘Ja.’ Anna wreef weer over haar buik. ‘Misschien is dat waar. Maar het is apart dat hij hier gearriveerd is op een paard dat er nogal duur uitziet en waar hij weinig over vertelt.’

Richard keek even naar Anna alsof ook hij afwachtte tot ze verder zou praten. Toen ze zweeg sloeg hij zijn notitieblok dicht. ‘Ik zei net tegen Matthew dat jullie persaandacht kunnen verwachten. Ga ervan uit dat die aandacht zich ook zal richten op wat jij zoal gedaan hebt.’

Anna knikte. ‘Zijn we verdacht?’

‘Iedereen is verdacht,’ zei Richard. ‘Sorry, maar dat is de realiteit.’

‘Weet je zeker dat je niet nog wat wilt eten?’

Richard grinnikte. ‘Probeer me niet om te kopen!’

 

Richard vertrok naar het politiebureau. Matthew en Anna bleven nog even bij elkaar zitten. Matthew legde zijn arm om Anna heen en voelde een van zijn zonen tegen zijn hand schoppen.

‘Had ik meer moeten zeggen over mijn vaders interesse voor Poppy?’ vroeg Anna.

‘Je had rust moeten nemen. Ik hoorde dat je de hele middag in de grote salon bent geweest.’

‘Ik heb niet veel gedaan. Thee en hapjes rondgedeeld, iedereen laten praten en huilen. Ze hebben meer mij getroost dan andersom. Ethel en Lizzie bleven maar zeggen hoe erg ze het voor me vinden. En ik had de indruk dat Carmen steeds verder in de war raakte. Ze vroeg constant of Poppy echt dood was en ze zei dat zij haar niet zag, maar wel hoorde praten.’

‘Niet zag maar wel hoorde praten?’

‘Ik kon er geen wijs uit worden. Arme Lizzie zei dat Poppy een geest was geworden – Zandra en Mirtle werden daar zo boos over dat ik de boel nog moest sussen. Soms ben ik echt bang dat Carmen vreselijk begint te dementeren.’

Hij knikte. Graag had hij iets zinnigs gezegd, maar hij voelde even helemaal niets positiefs of waardevols voor zijn gasten.

‘We hebben haar maar een beetje laten begaan,’ zei Anna. ‘Volgens mij wil iedereen het liefst zo snel mogelijk weg. Dit is geen plek meer waar ze tot rust kunnen komen. Denk je dat ze hier moeten blijven zolang het onderzoek loopt?’

‘Waarschijnlijk wel.’ Matthew kuste Anna’s lippen en wilde dat hij snapte wat hem de afgelopen nacht had bezield. Deze vrouw was de enige die belangrijk voor hem was, die al jaren zijn gedachten en zijn leven bepaalde. ‘Het komt allemaal goed,’ zei hij.

Anna kroop dichter tegen hem aan. ‘Ik wil naar bed. Het lijkt wel of ik nergens meer warm kan worden. Kom naast me liggen, Matthew. Laat me niet meer alleen.’

‘Nooit meer,’ zei hij, en hij vroeg zich af of ze de afgelopen nacht zijn afwezigheid had bemerkt.

 

Uit het dagboek van Marieke Markestein

 

… Toen ik vanavond naar mijn kamer ging kon ik het niet verdragen om het licht aan te doen, om een boek te lezen of om tv te kijken. Met het raam en de gordijnen open liet ik het donker en koud worden. Ik heb naar het duister gekeken en naar de witte vlekken waar mijn fresia’s bloeien, en heb aan Poppy gedacht.

Ik zag haar voor me, die middag toen ze mijn kant uit rende in de tuin. Ik voelde haar vingers in de mijne toen ze steun bij me zocht. Ik zag onze blikken van verstandhouding aan tafel. We hoefden niets tegen elkaar te zeggen als Zandra luidruchtig was of Lizzie nog zoeter dan anders, als Carmen iets riep of als Gerald alle aandacht opeiste. We wisten zonder woorden wat de ander dacht. Een vriendin – dat had ik gedacht: dat ze een vriendin zou worden.

En toen was Paul Sanders verschenen. Alles was veranderd. Alles was kapot gegaan. Voorgoed en onveranderlijk kapot. Het liefst had ik geschreeuwd en gekrijst, mijn haren uit mijn hoofd gerukt, maar ik bleef zitten waar ik zat en deed niets. Ik wist niet meer wat ik voelde. Ik wist niet of ik woedend of wanhopig was. Op een gegeven moment merkte ik dat ik voor me uit zat te praten, misschien al minutenlang. Steeds dezelfde zinnen: ‘Waarom, Heer? Waarom hebt U alweer niet ingegrepen?’

Er was natuurlijk geen antwoord…

 

© Els van Weijen

4 thoughts on “Hoofdstuk Zes

  1. Argg!! Alweer aan het einde.. worden die hoofdstukken nou korter? Of lees ik steeds sneller.. ik vraag me af of het bij Poppy blijft.. misschien wel een seriemoordenaar.. hmmmmm… spannend hoor!!! Nog 1, 2, 3, 4… Arguably!! Nog 7 nachtjes slapen op het volgende hoofdstuk. Wat is het leven toch oneerlijk 😉😋

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *