Onverwacht bezoek

‘Ik denk dat je ervan af ziet.’ De stem sist net vanachter mijn oor. Terwijl ik alleen thuis zou moeten zijn.

Ik klem mijn hand tegen mijn borst. ‘Laat me niet zo schrikken!’

De stem krijgt een lichaam. Matthew Fontaine staat bij me, vanuit Noord-Engeland opeens in mijn werkkamer, waar een intensief seizoen uit zijn leven vorm kreeg op een scherm. Hij kijkt nu naar datzelfde scherm. ‘Ik geloof niet dat dit een bijzonder inspirerend begeleidend schrijven is,’ zegt hij. Zijn stem is als een kil, nat bos na een herfststorm.

‘Je bent bevoordeeld,’ waag ik te zeggen. Ik zeg niet dat ik misselijk en trillerig was toen het moment was aangebroken om dat begeleidend schrijven in elkaar te zetten. En dat ik, toen ik van tevoren boodschappen deed, bang was dat ik op straat zou gaan staan kotsen. Matthew vindt het van slechte smaak getuigen om over fysieke ervaringen te praten.

Hij snuift. De lange, krachtige gestalte lijkt nog wat langer te worden – en sterker. Hij fronst terwijl hij mijn bescheiden werkkamer bekijkt. Eén bureau en één stoel. De schilderijen aan de muur komen van Leen Bakker. Hij heeft in zijn kamer een jachttafereel hangen dat een paar eeuwen oud is. De leren stoelen bij zijn bureau zullen niet veel jonger zijn. Ik doe of ik de trek van weerzin niet zie als hij op een randje van mijn logeerbed plaatsneemt.

‘Er worden bijna geen romans meer uitgegeven.’ Zijn stem is nu redelijk. De herfststorm is voorbij – het is het allereerste begin van de lente. Nog wel koud, maar her en der wagen zich sneeuwklokjes de grond uit. ‘De kans dat er iets met jouw verhaal gedaan wordt is… nihil.’ Even denk ik dat hij zal zeggen dat hij dat jammer voor me vindt, maar Matthew is geen huichelaar. In de blauwe ogen die hij op mij richt is het nog geen lente. Ik zie een gletsjer die geen last heeft van de klimaatsverandering.

‘Als die kans nihil is, waarom ben je hier dan?’

Hij gaapt, hand beleefd voor zijn mond. ‘Ik ben hier zo vaak.’ Allebei kijken we even naar het scherm.

‘Je bent bang, hè?’

Stomme vraag: Matthew is dan wel geen huichelaar, maar hij gaat nooit bevestigen dat hij bang is. ‘Ik ben bezorgd om mijn gezin.’ De niet-smeltende gletsjer ademt koude uit. ‘Vind je niet dat ze genoeg hebben meegemaakt?’

‘Meer dan genoeg.’ Ik tuur naar zijn leren schoenen. Ik vraag me af hoe duur ze zijn. Raar eigenlijk dat ik dat niet weet. Dan tuur ik – omzichtiger – naar zijn kostuum. Zelfs als hij als een soort spookbeeld verschijnt draagt die man een kostuum.

‘Ik kan je veel vaker komen lastigvallen,’ snauwt hij. ‘Op momenten waarop je het het minst verwacht.’

Ik glimlach en probeer nog steeds zijn blik te vermijden. Hij snapt niet dat hij altijd welkom is, zelfs als hij dreigt. Hij is bijna familie – heel goede familie. En waar hij is, is zijn gezin vlak in de buurt. Straks hoor ik Anna lachen, ergens beneden. Zoë zal misschien de trap op hollen.

‘Laat ons los.’ Hij gaat staan, vouwt zijn handen op zijn rug. Hij wordt nog meer de graaf van Northend zoals hij was voordat Anna hem mildheid bijbracht. ‘Hoe je aan ons hangt is onnatuurlijk. Je mag op bezoek komen op Northend Abbey, zo vaak als je wilt’ – het aanbod wordt op onenthousiaste toon gedaan – ‘maar geef ons de kans om door te gaan met onze levens.’

‘Dat is precies wat ik wil, ook voor mezelf.’ Het liefst zou ik net als Matthew gaan staan, maar de kamer is klein en hij lijkt hem te vullen met zijn stille gletsjer-aanwezigheid. Ik waai wat met mijn handen. ‘En dat lukt pas echt als ik jullie verhaal deel met de wereld. Dat snap je toch wel?’

Matthew bijt zijn tanden steviger op elkaar. Zelfs al was zijn gezin er, dan zouden ze nu niet naar ons toe komen.

‘Misschien zullen andere mensen ervan genieten om jullie te leren kennen,’ mompel ik.

Matthew is verdwenen. Ik werk verder aan mijn begeleidend schrijven voor de uitgeverij. Voordat ik op vakantie ga, wil ik dat mijn verhaal ook op reis gaat. En wie weet waar de reis stopt…

One thought on “Onverwacht bezoek

  1. Ja, dat is het met de gletcher. Je mag bij hem niet te dicht bij hem komen. Stel je voor dat jeaan zijn binnenste komt…. Poe, poe!!!! Ben benieuwd Els, de uitgever moet dit boek toch echt wel heel bijzonder vinden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *