Regen

Photo by Noah Silliman on Unsplash

Afgelopen weekend ging ik naar een conferentie, ver weg in Amerongen. Op de heenweg kreeg ik een lift – maar pas vanaf Rotterdam. Uit Dordrecht is het gelukkig slechts een klein stukje met het openbaar vervoer. Alleen jammer van die agressieve regen die toen ik nog binnen was al bonkend tegen de ruiten mijn aandacht opeiste.

De regen sneerde over mijn winterjas toen ik ’s middags naar het station liep. Waar hij niet door de jas heen kon dringen stuurde hij kou, die tot voorbij mijn huid kwam en mijn botten liet rammelen. Op Rotterdam Blaak stapte ik over op de metro. Na een kort ritje wachtte ik – droog – in een gang van station Rotterdam Coolhaven. De regen stuurde nu wind, die aan mijn natte jas schudde.

Toen mijn lift arriveerde, kon ik die niet gelijk vinden. “Een witte auto” was een te vage term in de natte schemering. Ik stak brede straten over, stapte in diepe plassen, ontweek fietsers en vond uiteindelijk de auto. De jongen achter het stuur (nou ja, jongen: hij was dertig, maar hij leek jong) was gelukkig opmerkzaam. ‘Volgens mij heb jij het koud,’ zei hij en hij gooide de verwarming zo hoog dat hij bijna wegsmolt. Ik bleef bibberen.

 Dat bibberen had misschien ook iets te maken met de rit. De jongen was een goede chauffeur, maar de regen was inmiddels woedend. Hij spoelde de merktekens van de snelweg weg en gooide regenachtige spoken van vrachtwagens. Iedere keer als zo’n witte gedaante zich op onze auto stortte, leken de regenwissers weggewist te worden.

De goede chauffeur was niet zo goed in navigatie. Af en toe zei ik ‘Moeten wij er hier niet af?’ en dan zei hij ‘O ja,’ en vlogen we over rijbanen. Ik hield het aantal minuten in de gaten dat overbleef om op tijd te komen. Het werd krap. Pijnlijk voor een chronische vroege-arriveerder. Gelukkig had ik nog net op tijd de afslag Doorn in de gaten. We verlieten de snelweg voor verstikkende duisternis, waar op de bosweg achter donkere bomen nog meer donkerte was.

Vier minuten voor tijd arriveerden we. De chauffeur verdween gelijk naar zijn kamer. Een vrouw die ik niet kende zei ‘Hallo Els’ voordat ik mijn naam zei. Een paar minuten later zat ik in een conferentie waar ik bijna niemand kende, maar waar ik me bijzonder snel thuis voelde.

De volgende dag volgde ik een workshop. Ik zat aan een lange tafel, met uitzicht op een binnentuin. De regen had het even opgegeven: de zon scheen – zwakjes. De workshop was interessant, maar toch was ik afgeleid. Ik realiseerde me dat in de binnentuin ook een workshop, of een groepsgesprek, gaande was. Bomen waren er bij elkaar gekomen, voor een ernstige samenspraak.

Ik hoorde ze niet spreken met woorden, maar ik wist wat het gesprekonderwerp was: de regen, die hen zo lang alleen had gelaten, die hen kaal en dorstig had gemaakt in de afgelopen onbarmhartig zonnige jaren. De regen die hen nu maar niet verliet, die hun wortels liet wenen in de grond – nee, die zo overvloedig was dat zelfs de grond huilde.

De hoge, oude berk (aan berken kun je niet goed zien dat ze oud zijn, maar ik wist het toch), klaagde het hardst. Hij liet zijn kale takken zakken. ‘Natuurlijk hebben we regen nodig,’ zei hij, zonder woorden, maar sprekend zoals berken en beuken en soms eiken dat doen. ‘Na droogte verwelkomen we hem. En als het niet droog is, verwelkomen we toch zijn overvloed. Maar nu… het is moeilijk dankbaar of geduldig te zijn als hij zich zo opdringt, als hij geen enkele maat meer houdt.’

Onwillekeurig knikte ik. Ik dacht aan liefde die ons onthouden wordt. Dat doet pijn. Maar liefde die zich opdringt, liefde die maar blijft geven aan iemand die niet wil ontvangen, of die alleen wil geven zoals de liefde denkt dat het moet, dat… voelt als kille regen.

De conferentie ging door. Zondag ging ik met zon naar huis. Maandag werd mijn jas weer doorweekt met hemeltranen. Hij was nog niet eens droog toen ik hem ’s middags opnieuw aantrok. Onderweg naar huis zuchtte ik om nieuwe regen, maar glimlachte ik om heldere narcissen. Het wordt in ieder geval warmer. Denk ik.

4 thoughts on “Regen

  1. Ja Els, de hemel huilt. Je hebt het goed gevoeld. De liefde is er altijd. Als je open staat ervoor kun je het voelen. Mooi geschreven weer.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *