Schimmelbier en puistentaart

Boeken schrijven kan ik niet laten. Ik schrijf over allerlei situaties en personages, maar twee mensen komen steeds terug: Matthew en Anna, de statige Engelse graaf en zijn goedlachse, licht tegendraadse echtgenote. En ze verschijnen niet alleen in mijn verbeelding.

Ik liep laatst door de stad, waar je nog steeds moeite moet doen om níet te struikelen over de toeristen die door de oude straten dwalen en stilstaan bij mooie gevels, om foto’s te maken en in de weg te staan. Matthew en Anna waren er ook. Ze hadden de kinderen thuis gelaten, voor een cultureel weekendje Nederland. Ik zag hoe recht Matthew stond, en hoe hard hij zijn best deed te verbloemen dat hij de stad veel te druk vond. ‘Kijk lieverd,’ riep Anna, terwijl ze aan zijn tweedjasje trok. ‘Daar hebben ze een restaurantje. Daar gaan wij zitten.’ Hij grimaste en liet zich meevoeren. ‘Eigenlijk vind je het leuk,’ mompelde Anna tegen hem (ik hoorde het nog net). ‘Ik vind het lief dat je in ieder geval die indruk wekt.’ Matthew lachte een beetje.

Ik verloor het echtpaar uit het oog toen ze op de Groenmarkt hun restaurant instapten. Maar niet lang. Helaas niet lang, zou ik haast zeggen. Ik ben bezig met een verhaal dat me heel wat hoofdbrekens kost omdat ik het lastig vind het compact te houden. Maar dit weekend zag ik opeens de opening van een heel ander verhaal. Of nee, ik zag het niet, ik was erbij.

Een klein blond jochie bonkte met zijn lepel op tafel. Druppels pap spatten in het rond (ik zat naast het jochie – Michael – en kon ze maar net ontwijken). ‘Op zolder zitten spoken,’ riep hij. ‘En vleermuizen. Ze hebben samen een feestje en drinken schimmelbier.’

‘Ja!’ riep een identiek kleutertje vanaf de andere kant van de tafel (net als zijn tweelingbroer keek Silas maar net boven de tafelrand uit). ‘En ze eten puistentaart en piemelkoek.’

‘Gatsie,’ riep een wat ouder meisje. ‘Gátsie.’ Zoë schoof haar bord van zich af. ‘Nou hoef ik niet meer.’

Anna schraapte haar keel. ‘We hebben het niet over piemels tijdens het eten. En we zeggen ook niet gatsie. We zeggen “chocopastametmayo” als we willen mopperen.’

‘Dat is ook niet lekker!’ riep Zoë.

Matthew grimaste weer. ‘Puistentaart is dat evenmin, denk ik.’

‘Wel waar!’ riep de tweeling tegelijkertijd.

‘Zitten er echt spoken op zolder, papa?’ vroeg Zoë.

Wat later liepen Matthew en ik in de tuin van Northend Abbey (hoewel Matthew dacht dat hij alleen liep). Verderop zag hij oudere dames schuifelen tussen de borders, een paar gasten van het retraiteoord op Northend Abbey. Niet heel bewust liep Matthew een andere kant op.

Het begon herfst te worden. Hij hield even stil bij een bruidssluier die over een oude schuur groeide. Hij keek ook naar een vlierbessenstruik, vol met donkere vruchten. De merels in de boom lieten de smalle takken diep overhellen onder hun toch geringe gewicht. Opeens kreeg Matthew een herfstgevoel. Het was niet onaangenaam. Anna hield van de herfst, en daardoor was hij het seizoen ook meer gaan waarderen – zolang ze hem maar niet dwong om te duiken in de grote hopen bladeren die de tuinmannen bij elkaar raakten. Dat was gênant.

Maar Matthew kon niet lang stilstaan bij zijn herfstgevoel. Hij struinde verder en dacht aan het gesprek dat hij afgelopen avond met Anna gehad had. Hij had hevig geprotesteerd tegen wat zij voorstelde (hevig voor zijn doen, wat betekende dat hij net iets minder zijn best deed om zijn stem uiterst neutraal te houden). ‘Lieveling,’ was hij begonnen, en toen was hij al onderbroken.

‘Noem me geen lieveling als je eigenlijk lastpak wilt zeggen.’

Hij had gezucht en gegrimast. ‘Jij bent ooit bijna doodgeschoten. We hebben hier een moord gehad. We zijn de halve wereld over gereisd voor een meisje dat verdwenen was. En nu wil je –’

‘Het is belangrijk, lieveling. En ik zeg lieveling omdat ik dat echt graag zeg. We kunnen die mensen niet aan hun lot overlaten. We moeten iets dóén.’

Matthew zuchtte bij de herinnering. Er lijkt een nieuw avontuur aan te komen. Ik zuchtte ook. Hoe moet ik het boek waar ik mee bezig ben af schrijven als ik steeds aan een ander boek denk?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *