Waarom groene goudvissen omhoog regenen

Op een regenachtige avond zitten mijn schrijverszelf en een anonieme lezer om een haardvuur van oliebollen. De nacht valt. De ster Venus, hoog aan de hemel, knipoogt naar ons.

‘Venus is een planeet, geen ster,’ mompelt de anonieme lezer. Ik weet nog niet zeker of het een man of een vrouw is. Anonieme Lezer draagt een naaldboomgroene cape met een Lord-of-the-Ringsachtige capuchon die ver over het hoofd valt. Ik zie alleen de ogen, waarin Venus weerkaatst wordt maar die verder donker zijn als de nacht.

‘Dichterlijke vrijheid,’ waag ik.

‘Je bent geen dichter,’ zegt A.L.

‘Wij hebben niet afgesproken dat we zouden jijen en jouen,’ kaats ik terug. ‘Wij kennen elkaar niet.’

Het is even stil. De duisternis wordt duisterder. De laatste vogels zwijgen en een vleermuis scheert langs de Anonieme Lezer. We turen naar het haardvuur van oliebollen. ‘Het voelt alsof we elkaar wel kennen,’ zegt A.L.. ‘Hoewel ik niet had verwacht dat jij – u – een haardvuur van oliebollen zou verzinnen. Ik had ook niet gedacht dat de olie zo goed zou branden. Het is heet.’

Ik por de drie lagen oliebollen wat verder op. ‘Dat is het punt dat ik je wilde laten zien. Dat een schrijver alles kan schrijven wat ze wil. Jij – u – als lezer ziet het voor zich, ook als je weet dat het eigenlijk niet kan. Dat is toch prachtig? Zullen we elkaar trouwens tutoyeren?’

‘Tutoyeren vind ik een erg formeel woord,’ zegt de Anonieme Lezer. ‘Maar oké. Ik heet Al. Ik heb je altijd al eens willen ontmoeten.’

‘Echt?’ vraag ik.

Al zwijgt. Ergens op de achtergrond hoor ik een beleefdheid hinniken. Als ik heel goed luister, kan ik hem zijn hoeven horen schrapen op de keien van de gemeenplaats. ‘Niet te intelligent grappig willen doen,’ suggereert Al.

‘Maar dat wil ik nou juist wel! Ik kom er de laatste tijd steeds meer achter hoe ontzettend leuk taal is. Ik word er blij van! Ik ga steeds meer zien wat een geintjes ik ermee kan uithalen. Zal ik je regen laten zien waar je niet nat van wordt?’

‘Nou…’

‘Dat was een retorische vraag, Al. Kijk!’ En het begint te regenen: groene goudvissen die om ons heen uit de grond opwellen en de lucht in stromen. Al kijkt op. Ik zie in de vlammen van het oliebollenvuur dat hij stoppels op zijn wangen heeft. Zijn kaak is stevig, zijn kin niet zwak – hij ziet er best aantrekkelijk uit.

‘Waar gaan de vissen heen?’ vraagt Al. ‘Regenen ze zo het universum in?’

‘Waar gaat regenwater heen?’

‘De grond in,’ bromt Al. ‘Dat weet iedereen.’

‘En dan? Hoe verzamelt het zich in ondergrondse gewelven? Hoe vindt het elkaar om stromen en putten te vullen?’

Al kijkt niet meer naar de groene goudvissen. Hij leunt dichter naar het vuur en port met een stok in de oliebollen. Als hij zijn stok terugtrekt, blijft er een oliebol aan hangen. Hij brengt hem naar zijn mond, blaast en eet voorzichtig. ‘Ga je in de toekomst alleen nog maar schrijven over vaag psychologische vragen?’ informeert hij tussen twee happen. ‘Dan heb ik liever dat je iedere week een hoofdstuk van een boek blijft schrijven.’ Hij gooit de stok van zich af. ‘De oliebollen zijn niet lekker. Hoe lang lagen ze hier al voordat je ze aanstak?’

‘Maar ik wil niet meer iedere week een hoofdstuk van een roman plaatsen! Ik wil de ene keer over groene goudvissen kunnen praten en de volgende keer een serieuze blog kunnen schrijven over waarom eetstoornissen te maken hebben met het behouden van je eigen controle, of juist met loskomen van de controle van anderen.’

Al zwijgt weer. In de stilte horen we af en toe goudvissen elkaar raken; het geluid klinkt als een kleffe zoen. ‘We zullen eraan moeten wennen,’ zucht Al.

Ik zucht ook. Ik vind het een beetje lastig om nog enthousiast te worden, maar voor alle andere anonieme en niet zo anonieme lezers: houd mijn site in de gaten voor nieuwe blogs. Het wordt leuk! Echt!

‘Waarom hebben we het tegenwoordig altijd over blogs?’ wil Al weten. ‘Waarom niet meer gewoon een column? Of een rubriek?’

‘Hou je kop, Al,’ zeg ik.

2 thoughts on “Waarom groene goudvissen omhoog regenen

  1. Ja lieve schrijfster, ik begrijp de doelstelling en het kan twee kanten op: fictief of een begrijpelijke roman, triller, misdaad, actie of drama. Voor mijzelf kies ik altijd een triller maar dat is persoonlijk.
    Wij wachten gewoon af want bij deze schrijfster weet je het nooit zeker.

Laat een antwoord achter aan Aniela Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *