Wat de scholekster er (niet) van vond

Het wordt tijd dat ik een misverstand uit de wereld help: het is niet zo dat alle flora en fauna in Dordrecht en omgeving een mening heeft, en dat al die planten en dieren die mening ook nog eens met mij wil delen. De scholekster ziet het anders. Denk ik.

De laatste weken zie ik als ik het terrein van mijn werk opwandel heel regelmatig scholeksters zo hard mogelijk wegrennen over het grote grasveld, zo ver mogelijk bij mij vandaan.

‘Jullie kunnen vliegen!’ roep ik ze graag achterna. Ik hou er – vooral ’s ochtends vroeg – wel een beetje van om dieren erop te wijzen dat ze zich niet altijd even logisch gedragen. Maar de scholeksters luisteren nooit naar me. Ze rennen alleen maar harder. Ik hoor ze heel hard ‘Tuuuut tuuut’ roepen. Of misschien is het ‘Pieppppp’! Ze zijn altijd zo nerveus dat ik er zelf te onrustig van word om nog precies te kunnen horen wat ze nou eigenlijk zeggen.

Soms blijf ik even staan om de scholeksters wat langer te bekijken. Ik ga niet door met ze dingen naroepen. Ik ben natuurlijk niet de enige op het terrein en het zou jammer zijn als ik een onverdiende reputatie kreeg. In plaats daarvan observeer ik de scholeksters in stilte. Als ik wat langer niet beweeg lijken ze mij te vergeten. Ze komen net zo hard terughollen als ze zijn weggerend, hoewel ze nooit echt in de buurt komen. Op het laatste moment rennen ze altijd weer een andere kant op.

Ik word al nerveus als ik naar ze kijk: ze hollen alsof ze stress hebben, alsof ze te laat zijn voor een afspraak of te veel koffie op hebben. ‘Tuuuut,’ klinkt het weer. ‘Piepppp,’ komt de respons. En ik vraag me af: waar hollen die scholeksters nou eigenlijk naar toe? Ik zie ze nooit het terrein af gaan. Ik weet niet eens of scholeksters nesten maken. Het zal vast wel. Maar waar maken ze die nesten dan? Ik heb geen idee.

Ik sta inmiddels vijf minuten stil. De duiven zijn tot rust gekomen en koeren achteloos terwijl ze hier en daar in een grassprietje pikken. De spreeuwen snateren wat. Maar de scholeksters zijn nog steeds gestrest. ‘Tuuuuuuut!’ hoor ik weer. Ik vraag me af of het hun manier is om te zeggen dat ik op moet zouten. Zou de scholekster een passiefagressief vogeltje zijn?

‘Dat ben jij toch ook?’ vraagt een duif.

‘Pardon?!’ sis ik.

De duif koert een paar keer, traag. Ik geloof dat het de manier is waarop een duif lacht. ‘Jij blijft hier zomaar staan. Je vraagt de scholeksters niet of ze met je willen praten… je neemt aan dat ze dat zullen willen of in ieder geval zullen doen. Je ziet dat jij ze nerveus maakt, maar je gaat niet weg. Wat zou jij ervan vinden als zij zo met jou omgingen?’

Ik zwijg terwijl ik die vraag overdenk. ‘Ik loop hier iedere dag,’ zeg ik.

‘Je staat stil,’ zegt de duif.

‘Die scholeksters hebben niets van mij te vrezen hoor!’

‘Oh nee?’

‘Nee!’

‘En heb je ze dat verteld?’

‘Daar krijg ik de kans niet toe!’

De duif zwijgt even. ‘Tuuuuuuuuut,’ hoor ik ergens op de achtergrond, nog nerveuzer dan daarvoor. ‘Piepppp!’ krijst een andere scholekster. Het klinkt alsof de scholeksters denken dat de wereld vandaag nog ten einde gaat komen. Aanstellers.

‘Wil jij met iedereen praten?’ vraagt de duif.

‘Dat is zo’n beetje mijn vak,’ brom ik.

‘Op ieder moment van de dag?’ vraagt de duif.

‘Ik ga al,’ brom ik.

Terwijl ik het laatste stukje naar kantoor loop, overpeins ik dat het vast niet voor niets is dat ze zeggen dat duiven vliegende ratten zijn. Achter me hoor ik de duif spottend koeren. Zo klinkt het in ieder geval. Ik loop nog wel sneller. ‘Tuuuut!’ wil ik het liefst schreeuwen. Of ‘Piepppp!’ En dan mag iedereen zelf nadenken wat dat zou kunnen betekenen.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.